Arbeidsovereenkomst

Werkgever en werknemer leggen hun afspraken vast in een schriftelijke arbeidsovereenkomst. Deze kan voor bepaalde of onbepaalde tijd worden gesloten. De cao bepaalt welke gegevens minimaal in het contract moeten staan, zoals functie, salaris, arbeidsduur, werkplek en dat de cao van toepassing is. 

Werkgever en werknemer zijn verplicht zich aan de cao te houden en zich als goed werkgever en goed werknemer te gedragen, conform cao en Burgerlijk Wetboek. Voor BNA-bureaus geldt aanvullend de gedragscode.

Cao-artikel 10 – Arbeidsovereenkomst standaardbepaling

Werkgever en werknemer ondertekenen bij indiensttreding een schriftelijke arbeidsovereenkomst waarin de gemaakte afspraken worden vastgelegd. De arbeidsovereenkomst bevat in ieder geval:

  1. de naam en vestigingsplaats van werkgever, de naam en woonplaats van werknemer;
  2. de datum van indiensttreding;
  3. de duur van de arbeidsovereenkomst als deze voor bepaalde tijd is;
  4. de plaats(en) (van) waar(-uit) werknemer werkt;
  5. de functie, de functiefamilie en het functieniveau;
  6. het bruto maandsalaris;
  7. de geldende arbeidsduur per week;
  8. dat de cao van toepassing is op de arbeidsovereenkomst.
Cao-artikel 11 – Verplichtingen van werkgever en werknemer standaardbepaling

Werkgever en werknemer zijn verplicht zich te houden aan de arbeidsvoorwaarden zoals omschreven in deze cao, deze onverkort toe te passen en zich te gedragen als goed werkgever en goed werknemer. Artikel 5 bevat een algemene ontheffingsbepaling indien strikte toepassing van dit artikel tot onbillijkheden leidt.

  1. Voor werkgever geldt in het bijzonder:
    1. Als een werknemer onoverkomelijke ethische of religieuze bezwaren heeft tegen werkzaamheden die onderdeel zijn van een opdracht die door het bureau is aanvaard, dan zal werkgever die bezwaren eerbiedigen en indien mogelijk voor vervangende arbeid zorgen.
    2. Werkgever stelt de cao (digitaal) ter beschikking aan werknemer.
    3. Werkgever faciliteert werknemer bij het volgen van scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie. Voor zover dat redelijkerwijs van werkgever kan worden verlangd faciliteert hij werknemer bij het voortzetten van de arbeidsovereenkomst in een andere of aangepaste functie indien de functie van werknemer komt te vervallen of als werknemer niet langer in staat is deze te vervullen.

  2. Voor werknemer geldt in het bijzonder:
    1. Werknemer is medeverantwoordelijk voor het op peil houden van kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het volwaardig kunnen uitoefenen van zijn functie.
    2. Werknemer heeft toestemming van werkgever nodig voor het verrichten van nevenwerkzaamheden. Die toestemming wordt gegeven tenzij er sprake is van concurrentie, strijdige belangen of een kennelijk nadelige invloed op het functioneren van werknemer.
      Bij deelname aan prijsvragen stelt werknemer werkgever daarvan vooraf op de hoogte ter voorkoming van tegenstrijdige belangen.
    3. Werknemer stelt zich discreet en loyaal op ten aanzien van werkgever met inbegrip van het zorgvuldig omgaan met informatie van en over het architectenbureau en zijn relaties. Werknemer brengt geen vertrouwelijke gegevens over de onderneming van werkgever naar buiten.
    4. Werknemer respecteert de intellectuele eigendomsrechten van werkgever.
    5. Werknemer mag goederen en (digitale) bestanden, die hij van werkgever tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst onder zich krijgt, gebruiken voor de doelen waar deze voor zijn bestemd, zij blijven eigendom van werkgever.
      Werknemer is verplicht deze goederen en bestanden op eerste verzoek van werkgever en in elk geval op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, weer aan werkgever ter beschikking te stellen.

 

Arbeidsduur, jaaruren en thuiswerken

Een voltijdse werkweek is volgens de cao 40 uur. Bij een kortere werkweek worden de cao-afspraken naar rato toegepast. 

Werkgever en werknemer kunnen samen kiezen voor het jaarurensysteem: het aantal uren per jaar wordt flexibel ingezet, met drukke en rustige periodes in balans. Jaaruren moeten voldoen aan de Arbeidstijdenwet. 

Thuiswerken en hybride werken worden per geval afgesproken. De functie moet zich ervoor lenen, en de werkplek moet arbo-verantwoord zijn. Werkgever en werknemer maken in redelijkheid afspraken over de balans tussen thuis en op kantoor werken, inclusief een passende vergoeding.

Cao-artikel 12 – Arbeidsduur, jaaruren en thuiswerken standaardbepaling
  1. De bepalingen in deze cao gaan uit van een arbeidsduur van 40 uur per week en worden naar evenredigheid toegepast bij een kortere arbeidsduur.
  2. De jaaruren zoals omschreven in artikel 2 lid o kunnen flexibel ingezet worden binnen de ruimte die de Arbeidstijdenwet biedt.
  3. Het flexibel werken wordt in goed overleg tussen werkgever en werknemer afgesproken. Instemming van werknemer en werkgever is voorwaarde. Beiden kunnen het initiatief nemen om uren flexibel in te zetten.
  4. Werkgever en werknemer maken in redelijkheid afspraken over de balans tussen werken op kantoor en thuis en over een vergoeding voor reiskosten en het thuiswerken.

Overwerk

Tot en met functieniveau 5 kan overwerk worden gecompenseerd in tijd of uitbetaald, in overleg. Vanaf functieniveau 6 hoort een zekere uitloop bij de functie; overwerktoeslag is dan niet van toepassing. 

Werkgever informeert werknemers schriftelijk over wat als overwerk, flexibel of extra werk wordt beschouwd. Dit is uitgewerkt in bijlage 6 van de cao. 

Bij verschil van inzicht over overwerk kan een geschil worden voorgelegd aan de geschillencommissie.

Cao-artikel 13 – Overwerk standaardbepaling
  1. Overuren tot en met functieniveau 5 worden in overleg tussen werkgever en werknemer uitbetaald of omgezet in vrije tijd.
  2. Een werknemer vanaf functieniveau 6 wordt geacht zelf te kunnen sturen op inzet van uren. Een uitloop van geplande werkzaamheden behoort daarom bij de functie.
  3. Werkgever zorgt ervoor dat werknemer schriftelijk wordt geïnformeerd over wat onder overwerk, flexibel en extra werk wordt verstaan. Werkgever wijst werknemer daarvoor op bijlage 6 bij deze cao.
Cao-bijlage 6 Code of conduct – Code of conduct (overwerk en werk) uitwerking van artikel 13 cao

Werkgever en werknemer moeten overwerk bij voorkeur vooraf op inhoud en gevolgen met elkaar bespreken en vastleggen:
› Welk werk hoort wel of niet bij het reguliere werk?
› Wat is redelijk?
› Wat is extra werk?
› Wordt het gecompenseerd in geld of tijd?
› Welke keuze kan werknemer daarin zelf maken?

Overwerk
Overwerk wordt niet altijd tussen werkgever en werknemer besproken; ‘het hoort er nu eenmaal bij’ of het is zonder duidelijk besproken kaders onderdeel van flexibel werken geworden. Dat heeft zijn grenzen, verbonden aan redelijkheid en billijkheid. Uren die beschouwd kunnen worden als het afronden van het werk op werkdagen ‘horen er vanaf functieniveau 6 bij’. Tot en met functieniveau 5 moet overwerk tot een minimum beperkt worden zeker als het structureel werk is waar geen deadline aan verbonden is.

Flexibel werken vs extra werk
Als een werknemer in een functie vanaf schaal 6 ervoor kiest om ‘het erbij horende werk’ op een ander moment te doen dan op een werkdag valt dit onder flexibel werken. De keuze ligt dan bij werknemer.
Werk buiten de reguliere tijden dat bijvoorbeeld nodig is om een deadline te halen of aan een acquisitie te werken, waarvan het moeilijk te bestempelen is als het reguliere werk van de dag afronden, is in feite extra werk.

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen die twee categorieën: flexibel vs extra werk. Extra werk wordt bij voorkeur gecompenseerd in tijd en/of geld. Overwerk dient in het redelijke gehouden te worden. Incidenteel doorwerken is anders dan daar een gewoonte van maken en dat ook als ‘normaal’ te beschouwen.

Werkgever
Werkgever moet het bureau bij voorkeur zo inrichten dat afspraken over overwerk zijn omschreven en als zodanig ook bekend zijn bij werknemers. Werkgever maakt daarbij onderscheid tussen werk, voortvloeiend uit geplande werkzaamheden binnen het regulier werk en extra werk als gevolg van een nieuwe niet-reguliere omstandigheid.

Werknemer
Werknemer moet duidelijkheid hebben – en indien mogelijk zelf ook vergaren – over wat reguliere geplande werkzaamheden zijn en wat niet. Werknemer moet zelf ook overwerk signaleren. Voorkom automatismes om zonder overleg overuren te maken. Dat kan achteraf tot misverstanden leiden. Overuren moeten een concreet kader hebben.

Daarom is het goed als werkgever en werknemers overwerk vooraf bespreekbaar maken, categoriseren, compensatie en beloning formuleren en afspraken herzien als daar aanleiding toe is.

Einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt automatisch (van rechtswege) op de in die overeenkomst afgesproken einddatum. Tussentijdse beëindiging kan alleen als daar een beding voor is opgenomen in de arbeidsovereenkomst of bij wederzijds goedvinden

Voor elk tijdelijk contract vanaf zes maanden geldt de wettelijke aanzegverplichting. De werkgever moet de werknemer minimaal een maand voor de einddatum schriftelijk of elektronisch informeren of de arbeidsrelatie al dan niet wordt voortgezet, en bij voortzetting ook onder de voorwaarde daaronder.  

Bij niet verlenging of tussentijdse beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd door of vanwege de werkgever geldt de wettelijke transitievergoeding vanaf de eerste werkdag. 

Cao-artikel 14 – Einde van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd standaardbepaling

1. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege op de afgesproken einddatum.

2. Voor een arbeidsovereenkomst die zes maanden of langer duurt, geldt de aanzegverplichting als bedoeld in artikel 7:668 van het Burgerlijk Wetboek.

3. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan in principe niet tussentijds worden beëindigd of opgezegd, tenzij
a. met wederzijds goedvinden of
b. partijen bij het aangaan van de overeenkomst schriftelijk een tussentijds opzegbeding zijn overeengekomen.

4. Werkgever is werknemer een transitievergoeding verschuldigd, indien de arbeidsovereenkomst op initiatief van of ten gevolge van handelen van de werkgever wordt beëindigd. De transitievergoeding wordt vastgesteld conform de wettelijke bepalingen.

Extra tijdelijke contracten studenten Academie van Bouwkunst (AvB) 

Werkgevers mogen met werknemers maximaal drie tijdelijke contracten van maximaal drie jaar afspreken, dit wordt de ‘ketenregeling’ genoemd. Voor studenten aan een AvB geldt een uitzonderingsregeling: na de reguliere keten mag de werkgever maximaal twee keer een jaarcontract aanbieden. Dit mag alleen zolang de student de studie volgt. 

Het contract eindigt automatisch aan het einde van de maand waarin de student het diploma behaalt of de studie beëindigt. Werkgever informeert de werknemer uiterlijk een maand van tevoren of de arbeidsovereenkomst wordt omgezet in een vast contract.

 

Cao-artikel 15 – Buitenwerkingstelling ketenbepaling standaardbepaling
  1. Werkgever kan met een werknemer, die een studie volgt aan een Academie van Bouwkunst, aansluitend aan het maximaal aantal maanden en/of contracten zoals bedoeld in art. 7: 668a BW (maximaal 36 maanden of maximaal 3 contracten) maximaal twee maal een arbeidsovereenkomst voor een jaar sluiten.
  2. De verlenging zoals genoemd in lid 1 eindigt van rechtswege aan het eind van de maand waarin werknemer zijn/haar diploma heeft behaald.
  3. De verlenging zoals genoemd in lid 1 eindigt indien werknemer tussentijds stopt met zijn opleiding per het einde van de maand waarin werknemer is gestopt.
  4. Het gestelde over de aanzegtermijn in artikel 14 lid 2 is -met uitzondering van het in lid 2 en 3 gestelde- ook op de verlengde arbeidsovereenkomsten van toepassing.

Einde arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

Bij een vast contract geldt een wettelijke opzegtermijn van één maand voor de werknemer (tenzij anders overeengekomen). Voor de werkgever gelden de wettelijke termijnen, afhankelijk van het aantal dienstjaren. Ook hier geldt: bij beëindiging door of vanwege de werkgever is een transitievergoeding verschuldigd. 

De arbeidsovereenkomst eindigt automatisch op de dag waarop de werknemer de AOW-leeftijd bereikt. Na de AOW-gerechtigde leeftijd mogen werkgever en werknemer, als beiden dat willen, tijdelijke contracten afsluiten (maximaal zes in vier jaar). Let op, in dit geval is géén transitievergoeding verschuldigd.

Cao-artikel 16 – Einde van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd standaardbepaling
  1. Zowel werkgever als werknemer moeten een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd schriftelijk en met redenen opzeggen, met inachtname van de geldende opzegtermijn.
  1. Als het opzegging om een dringende reden betreft, zoals bedoeld in artikel 7:677 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, moet die reden schriftelijk en onmiddellijk worden meegedeeld.

  2. Voor werknemer geldt een opzegtermijn van één maand. Daarvan kan schriftelijk worden afgeweken. Als met werknemer een langere opzegtermijn wordt afgesproken moet de opzegtermijn van de werkgever minimaal het dubbele zijn van de opzegtermijn van werknemer.  

  3. Voor werkgever gelden de wettelijke opzegtermijnen: 

    Duur arbeidsovereenkomst

    Lengte opzegtermijn

    Korter dan vijf jaar

    1 maand

    Vijf jaar of langer, maar korter dan 10 jaar

    2 maanden

    Tien jaar of langer, maar korter dan 15 jaar

    3 maanden

    15 jaar of langer

    4 maanden



  4. Opzeggen van een arbeidsovereenkomst gebeurt tegen het einde van de maand, tenzij schriftelijk anders is afgesproken.

  5. Werkgever is werknemer een transitievergoeding verschuldigd, indien de arbeidsovereenkomst op initiatief van of ten gevolge van handelen van de werkgever wordt beëindigd. De transitievergoeding wordt vastgesteld conform de wettelijke bepalingen.

  6. De arbeidsovereenkomst eindigt automatisch op de dag waarop werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.

Stage en cao

Een stage is bedoeld om praktijkervaring op te doen als onderdeel van een opleiding. Voor alle stages binnen architectenbureaus geldt de stageregeling uit bijlage 7 van de cao. Deze is verplicht en de bijbehorende stageovereenkomst moet worden gebruikt. De stagiair staat ingeschreven bij een erkende opleiding en leert onder didactische verantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling. 

Er zijn drie soorten stages: 

  • Leerstage – gericht op praktijkervaring bij een opdracht die vanuit de opleiding is meegegeven. 
  • Onderzoeksstage – de student voert onderzoek uit naar een onderwerp aangedragen door het bureau. 
  • Afstudeerstage – de student werkt binnen het bureau aan een afstudeeropdracht, in overleg met de opleiding. 

De stagevergoeding is een tegemoetkoming in de kosten. Geadviseerd wordt: 

  • €400 bruto per maand (voltijd) voor mbo-studenten 
  • €550 bruto per maand (voltijd) voor hbo/wo-studenten 

Let op, dit is een adviesvergoeding en geen verplichting op grond van de cao.  

Stagiairs hebben géén arbeidsovereenkomst in de zin van het Burgerlijk Wetboek en vallen buiten de cao voor werknemers. Zij ontvangen geen vakantietoeslag, bouwen geen vakantiedagen op, en zijn niet verzekerd voor WW of WIA. Voor ziektekosten moeten zij zelf een zorgverzekering afsluiten. 

Let op: een student van de Academie van Bouwkunst (AvB) is géén stagiair, maar werknemer. Voor AvB-studenten gelden alle cao-rechten en -plichten. 

De stagebieder is verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden, verzekering bij bedrijfsongevallen, en moet de stagiair in staat stellen om opleidingsdoelen te halen.

Cao-artikel 17 – Stages standaardbepaling

De stageregeling voor architectenbureaus zoals opgenomen in bijlage 7 van deze cao is van toepassing op stage-afspraken.   

Cao-bijlage 7 Stageregeling – Stageregeling uitwerking van cao artikel 17
  1. Werkingssfeer
    Als stagiairs, waarop de Stageregeling voor architectenbureaus van toepassing is, worden beschouwd studerenden die binnen het kader van een stageregeling een periode van praktisch werken doorbrengen op een architectenbureau.  De regeling is tevens van toepassing op buitenlandse studenten die in Nederland een stage volgen.
  2. Definities
    1. Stage
      De stage is onderdeel van het leerproces, er wordt onder didactische eindverantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling in de praktijk geleerd. De stagiaire dient als student ingeschreven te staan bij een erkend opleidingsinstituut.
    2. Stagevergoeding
      Het architectenbureau verstrekt een stagevergoeding gedurende de stageperiode. Maat voor de vergoeding is de mate waarin bedrijf en student van elkaars expertise gebruik maken, afgezet tegen de inspanningen van het architectenbureau om de afstudeeropdracht succesvol te kunnen laten afronden.
      Dat kan op drie manieren:
      Leer stage 
      De student voert binnen het architectenbureau een tevoren in het kader van het leerproces geformuleerde opdracht uit, het architectenbureau fungeert uitsluitend als praktijkomgeving. Hier is sprake van een inspanningsverplichting, maar niet van een gegarandeerd resultaat. De minimale vergoeding is de bruto vergoeding per maand als genoemd onder lid 3.
      Onderzoek stage
      De student doet op uitnodiging van het bedrijf, bijvoorbeeld als follow-up van een eerdere stage bij dat bedrijf, nader onderzoek op een bedrijfsmatig relevant onderwerp. De geadviseerde vergoeding is daarbij is de bruto vergoeding per maand als genoemd onder lid 3.
      Afstudeer stage
      Het architectenbureau als stagebieder nodigt de onderwijsinstelling uit een afstudeeropdracht te laten uitvoeren waarbij een bedrijfsmatig onderwerp centraal staat, hiervoor kunnen ook meerdere studenten worden uitgenodigd. Er wordt daarvoor tussen bedrijf en opleiding een prestatiecontract gesloten, de vergoeding van de student(en) is afhankelijk van hun feitelijke verrichtingen en wordt in het contract geregeld en kan afwijken van de vergoeding als genoemd onder 3. De vergoeding kan ook nihil zijn.
  3. Vergoeding
    De stagiair ontvangt uitsluitend een tegemoetkoming in de extra kosten voortvloeiend uit de stage.
    Stagiairs hebben geen arbeidsovereenkomst in de zin van het Burgerlijk Wetboek, fiscaal gezien geldt voor hen echter een fictief dienstverband.  Voor MBO stagiairs een vergoeding geadviseerd van bruto € 400,- per maand, respectievelijk bruto € 92,31 per week en voor HBO en WO stagiairs is € 550,- bruto per maand, respectievelijk € 126,92 bruto per week; het architectenbureaus als stagebieder is hierover inhoudingsplichtig.
    Voor studenten uit het buitenland die hun stage in Nederland lopen kunnen afwijkende regels gelden met betrekking tot hun fiscale positie en sociale verzekeringen. Studenten uit niet-EU landen dienen over “COSPA Stageovereenkomst” te beschikken. Dit document dient aanwezig te zijn in de administratie van het architectenbureau als stagebiedende bedrijf t.b.v. de arbeidsinspectie. www.nuffic.nl

  4. Reiskostenvergoeding
    In het geval dat de stagiair met instemming van het architectenbureau regelmatig naar de plaats van de stage op en neer reist kunnen de daarvoor gemaakte reiskosten volgens de bij de het architectenbureau geldende regeling worden vergoed. Deze vergoeding door het architectenbureau geldt niet wanneer een andere regeling daarin reeds voorziet. Studenten die niet over een OV jaarkaart beschikken, waaronder buitenlandse studenten, zullen minimaal een reiskostenvergoeding krijgen conform gebruik in het architectenbureau.
  5. Loonheffing en cao
    1. Loonheffing
      De stagebieder dient over de vergoedingen een loonheffing toe te passen. Omdat de stagiair zelf in het algemeen beneden de heffingsvrije voet blijft kan de daardoor onverschuldigd betaalde loonheffing via een belastingaangifte worden teruggevorderd.   
    2. Cao
      Stagiairs nemen niet deel aan cao-regelingen voor werknemers bij architectenbureaus. De stagiair ontvangt geen vakantietoeslag en bouwt ook geen vakantierechten en vakantiedagen op.
  6. Stagiairs en sociale verzekeringsplicht en pensioen
    1. Premieheffing SV
      Over het deel van de onkostenvergoeding die als premieplichtig loon Sociale Verzekeringen wordt aangemerkt is premie Zorgverzekeringswet verschuldigd. Er is geen WW- en WIA-premie verschuldigd.
    2. WW en WIA
      Stagiairs zijn niet verplicht verzekerd voor de WW en de WIA. In geval van arbeidsongeschiktheid kunnen zij een beroep doen op de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
    3. Zorgverzekeringswet
      Voor ziektekosten is de stagiair verplicht zelfstandig verzekerde voor de Zvw. De stagiair moet zich wel zelf inschrijven bij een zorgverzekeraar. De stagebieder neemt in de loonstaat de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw op. Naast die premie kent de Zvw een nominale premie. Dat is een vast bedrag per maand dat de stagiair zelf aan de zorgverzekeraar moet betalen. Beneden de 18 jaar is geen nominale premie verschuldigd.
  7. Aansprakelijkheid bij ongevallen
    1. Stagebieder
      Iedere werkgever is aansprakelijk te stellen voor bedrijfsongevallen, hiervoor is de stagebieder veelal verzekerd. Voor stagiairs gelden identieke eisen als voor overige werknemers, Arbowet, art.1 lid 2.
    2. Stagiair
      Stagiairs dienen zelf na te gaan of er voor hem/ haar door stagebieder en/ of onderwijsinstelling een ongevallenverzekering is afgesloten. Aanbevolen wordt dat de stagiair als particulier zelf een WA-verzekering afsluit; opname in een gezinspolis is doorgaans niet meer afdoende als de stagiair 18 jaar of ouder is.
  8. Arbeidsomstandigheden
    Stagebieder
    Op basis van de Arbeidsomstandighedenwet art. 1 lid 2 wordt de stagebieder gezien als werkgever. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder:
    • werkgever: degene die zonder werkgever of werknemer in de zin van het eerste lid te zijn, een ander onder zijn gezag arbeid doet verrichten;
    • werknemer: de ander, bedoeld onder a, met uitzondering van degene die als vrijwilliger arbeid verricht.
  9. Kwaliteitsborging stage
    De stagebieder stelt de stagiair in de gelegenheid de opleidingsdoelen te realiseren.
  10. Verlof
    De stagiair geniet vrijaf met behoud van vergoeding: tijdens in Nederland algemeen erkende feestdagen. Zonder behoud van vergoeding: bij sluiting van het bedrijf wegens bedrijfsvakantie en door het bedrijf vastgestelde roostervrije dagen. Bedrijfsvakantie, roostervrije dagen en verletdagen gelden niet als stagetijd, tenzij in het kader van de stage vervangende activiteiten voorhanden zijn.
    Buitengewoon en ander verlof dient door de stagiair te worden geregeld in overleg met het stagebiedende architectenbureau en (indien gebruikelijk) met de stagecoördinator.
  11.  Aanvullende afspraken
    In de stageovereenkomst, die wordt getekend door de het architectenbureau als stagebieder, de onderwijsinstelling en de stagiair kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt omtrent omgang met vertrouwelijke bedrijfsgegevens en voortijdige beëindiging van de stage.

Inhuren zzp’er

Architectenbureaus kunnen zelfstandig werkenden (zzp’ers) inhuren op basis van een opdrachtovereenkomst. Volgens cao-artikel 18 (standaardbepaling) gelden daarbij de volgende uitgangspunten: 

  • Het architectenbureau is opdrachtgever, niet werkgever. 
  • De opdrachtovereenkomst moet gebaseerd zijn op het door de Belastingdienst goedgekeurde model “algemene opdrachtovereenkomst / geen werkgeversgezag voor architectenbureaus”. 
  • Er is sprake van een opdrachtovereenkomst als de opdrachtnemer een tarief hanteert van minimaal 150% van het bruto uurloon + 8% vakantietoeslag, voor vergelijkbare werkzaamheden onder vergelijkbare omstandigheden. 

Wordt een lager tarief betaald, dan ontstaat een vermoeden van werknemerschap. In dat geval kunnen opdrachtgever en/of opdrachtnemer dit melden bij de geschillencommissie, die dit beoordeelt volgens de cao-procedure (bijlage 4). 

Let op: risico op arbeidsovereenkomst 

De cao sluit aan bij het arbeidsrechtelijke onderscheid tussen een opdrachtovereenkomst en een arbeidsovereenkomst. De naam van de overeenkomst is niet doorslaggevend, het gaat om de feitelijke uitvoering. Een overeenkomst kan alsnog als arbeidsovereenkomst worden aangemerkt als voldaan is aan drie criteria: 

  1. Persoonlijke arbeid – de opdrachtnemer moet het werk zelf uitvoeren; 
  2. Loon – er is sprake van een beloning voor de werkzaamheden; 
  3. Gezag – de opdrachtgever bepaalt hoe en wanneer het werk wordt uitgevoerd. 

Deze toetsing is gebaseerd op de praktijk, niet op hetgeen op papier staat. Alle omstandigheden van de samenwerking worden meegewogen. Denk aan: 

  • inbedding van het werk in de organisatie; 
  • aanwezigheid van ondernemersrisico; 
  • mate van zelfstandigheid; 
  • vervangingsmogelijkheid; 
  • wijze van aansturing; 
  • gebruik van bureau-eigen materialen; 
  • en hoe onderscheid wordt gemaakt ten opzichte van werknemers in loondienst. 

De Hoge Raad bevestigde dit uitgangspunt in het Deliveroo-arrest: zelfs als partijen op papier een opdrachtovereenkomst hebben, kan toch sprake zijn van een arbeidsovereenkomst. 

Fiscale gevolgen 

Naast arbeidsrechtelijke gevolgen heeft schijnzelfstandigheid ook fiscale risico’s

  • De Belastingdienst kan bij controle oordelen dat sprake is van een dienstverband; 
  • Dit leidt mogelijk tot naheffingen, premies en boetes voor het bureau; 
  • Modelovereenkomsten zijn niet langer doorslaggevend – feiten wegen zwaarder dan formele afspraken. 

 Advies 

Om risico’s te vermijden: 

  • Beoordeel van tevoren of de cao-modelovereenkomst daadwerkelijk passend is voor de constructie die partijen in gedachten hebben; 
  • Betaal minimaal het cao-tarief van 150% + 8%
  • Evalueer of er in de praktijk géén sprake is van een gezagsrelatie of werknemerschap; 
  • Bij twijfel: neem contact op met de helpdesk van SFA of leg de situatie voor aan de geschillencommissie. 
Cao-artikel 18 – De opdrachtovereenkomst standaardbepaling
  1. Architectenbureaus (werkgevers) zijn met betrekking tot opdrachtovereenkomsten te beschouwen als opdrachtgever.
  2. Architectenbureaus hanteren voor overeenkomsten van opdracht de algemene opdrachtovereenkomst/geen werkgeversgezag voor architectenbureaus zoals goedgekeurd door de belastingdienst.
  3. Er is ook sprake van een opdrachtovereenkomst indien opdrachtnemer een uurtarief in rekening brengt van ten minste 150% van het bruto uurloon verhoogd met 8% vakantietoeslag dat geldt voor werknemers voor vergelijkbare werkzaamheden in vergelijkbare omstandigheden. Indien minder wordt betaald ontstaat een vermoeden van werknemerschap. Dan kunnen opdrachtgever en/of opdrachtnemer daar melding van doen bij de geschillencommissie. Die behandelt deze melding conform de reguliere geschillenprocedure zoals opgenomen in bijlage 4.
Cao-bijlage 4 Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus – Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus uitwerking van artikel 9 cao

In artikel 9 biedt de cao aan werknemer en werkgever de mogelijkheid een geschil over uitleg of toepassing van de cao voor te leggen aan de geschillencommissie. De uitspraak van de geschillencommissie heeft de kracht van een bindend advies.
De geschillencommissie hanteert de geschillenregeling arbeidszaken architectenbureaus. Deze geschillenregeling is hieronder opgenomen. 

Artikel 1 Geschillenregeling 
Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus

  1. De Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus (verder te noemen de geschillencommissie) bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangende leden:
    1. Eén lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door de gezamenlijke werknemersorganisaties, te weten: CNV Vakmensen, FNV en De Unie;
    2. Eén lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door de werkgeversorganisatie BNA, partij bij de cao;
    3. Eén lid en diens plaatsvervanger, tevens voorzitter respectievelijk plaatsvervangend voorzitter, worden benoemd door de werknemers- en werkgeversorganisaties gezamenlijk;
    4. De (plaatsvervangende) leden worden benoemd voor een periode van vier jaar en zijn na het verstrijken van deze periode nog eenmaal voor eenzelfde periode benoembaar;
    5. Een (tussentijdse) vacature wordt binnen twee maanden vervuld door de organisatie(s) die het vertrekkende (plaatsvervangende) lid had(den) benoemd;
    6. Als een lid van de geschillencommissie rechtstreeks bij een te behandelen geschil is betrokken, neemt hij niet deel aan de behandeling van het geschil. In zijn plaats treedt dan zijn vervanger op.
  2. De leden van de geschillencommissie betrachten absolute geheimhouding over personen en vertrouwelijk ter beschikking gestelde gegevens.
  3. Het secretariaat en het penningmeesterschap van de geschillencommissie worden gevoerd door SFA (postadres: De Baanderij
    NDSM-Kade 7 1033 PG Amsterdam), https://www.sfa-architecten.nl.

Artikel 2 Geschillenregeling 
Geschillen

De geschillencommissie kan benaderd worden:

  1. Als werkgever of werknemer van mening is dat de uitleg of toepassing van de cao onjuist is;
  2. Bij verschil van mening tussen werkgever en werknemer over de interpretatie van overwerk;
  3. Bij verschil van mening tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over de toepassing van het opdrachtnemerschap in cao artikel 18 lid 3.

Artikel 3 Geschillenregeling 
Bindend advies

  1. De uitspraak van de geschillencommissie heeft de kracht van een bindend advies: als werkgever en werknemer daar op vrijwillige basis beiden om verzoeken;

  2. Als opdrachtgever en opdrachtnemer zich tot de geschillencommissie wenden bij een geschil over de uitleg van artikel 18 lid 3.

Artikel 4 Geschillenregeling 
Duur procedure

  1. De geschillencommissie ziet erop toe dat de behandeling van het geschil of beroep als omschreven in artikel 5 en 6 niet meer dan acht weken in beslag neemt;
  2. De geschillencommissie zal partijen tijdig op de hoogte stellen indien de procedure meer tijd in beslag gaat nemen.

Artikel 5 Geschillenregeling 
Behandeling van geschillen over uitleg of toepassing van de cao

  1.  Aanhangig maken van een geschil
    1. Geschillen kunnen aanhangig worden gemaakt door een individuele werkgever en/of werknemer of door een namens hem/haar optredende werknemers- en/ of werkgeversorganisatie, partij bij deze cao.
    2. Een verzoek tot behandeling van een geschil wordt aanhangig gemaakt door toezending van een met redenen omkleed verzoekschrift aan het secretariaat van de geschillencommissie.
    3. De partij die het geschil aanhangig maakt, stelt de andere partij daarvan onverwijld schriftelijk op de hoogte onder bijvoeging van een afschrift van het verzoek.
    4. Als de wederpartij een verzoek tot verweerschrift van het secretariaat van de geschillencommissie ontvangt, dient de wederpartij uiterlijk binnen drie weken na dagtekening van dit verzoek een met redenen omkleed verweerschrift bij het secretariaat in te dienen.
    5. Een afschrift van het verweerschrift dient door de wederpartij te worden gezonden aan de partij die het geschil aanhangig heeft gemaakt.
    6. Het secretariaat van de geschillencommissie kan – als dit voor de behandeling van het geschil wenselijk wordt geacht – partijen opdragen nadere stukken in te dienen binnen een te stellen termijn en eventueel  op een voorgeschreven wijze.
  2.  Wijze van behandeling
    1. De geschillencommissie kan de behandeling van het geschil zowel schriftelijk als mondeling afdoen. Wordt volstaan met een schriftelijke behandeling dan staat de geschillencommissie partijen een schriftelijke procedure van repliek en dupliek toe.
    2. Bij de behandeling van het geschil door de geschillencommissie kunnen partijen zich voor eigen rekening laten bijstaan door een raadsman.

  3.  Mondelinge behandeling
    1. De mondelinge behandeling van het geschil vindt in het algemeen plaats binnen zes weken na indiening van het verzoekschrift. Partijen worden ten minste twee weken van tevoren schriftelijk uitgenodigd.
    2. De behandeling van het geschil gebeurt niet in het openbaar.
    3. Tijdens de behandeling worden partijen in elkaars aanwezigheid gehoord.
    4. De geschillencommissie kan op verzoek van partijen toestaan dat getuigen en/of deskundigen de behandeling of een gedeelte daarvan bijwonen. De geschillencommissie hoort degene die ze nuttig acht te horen.

  4. Beraadslaging

    De beraadslaging van de geschillencommissie gebeurt in een voltallige vergadering, die niet openbaar is. De inhoud van deze beraadslaging is geheim. De geschillencommissie neemt een beslissing bij gewone meerderheid van stemmen. De stemming gebeurt mondeling, de leden mogen zich niet van stemming onthouden.

  5. Uitspraak

    De uitspraak van de geschillencommissie wordt met redenen omkleed zo spoedig mogelijk – uiterlijk binnen twee weken – na de beraadslagingen per aangetekende brief aan partijen verzonden. Daarbij wordt tevens de termijn vermeld waarbinnen de uitspraak moet zijn nageleefd en welke bevoegdheid cao-partijen hebben om adviezen te geven.

  6. Kosten behandeling

    De kosten voor de behandeling van het geschil komen ten laste van de SFA, tenzij de geschillencommissie bepaalt dat de kosten worden doorberekend aan partijen.