CAO

Het grootste kapitaal van een architectenbureau zijn de werknemers. Het bevorderen van de vitaliteit en het voorkomen van ziekte of arbeidsongeschiktheid is daarom belangrijk. Wat zijn de arbeidsomstandigheden waarin wordt gewerkt, het fysieke, sociale en psychologische klimaat?

De cao zegt niet veel over arbeidsomstandigheden (kortweg “arbo’). Wel hebben cao-partijen door SFA branche-specifieke instrumenten laten opstellen: de RI&E Architecten en de Arbocatalogus Architecten. Beide branche-instrumenten zijn door inspectie SZW goedgekeurd.

RI&E betekent risico-inventarisatie en -evaluatie. Volgens de Arbowet moet ieder bedrijf geregeld een RI&E doorlopen. Hiermee worden alle risico’s binnen een bedrijf geïnventariseerd.
Een architectenbureau kan gebruik maken van de branche RI&E, deze is op het werken in architectenbureaus toegespitst en goedgekeurd door ministerie van SZW. Risico’s in architectenbureaus betreffen vooral gevolgen van beeldschermwerk en werkdruk. Daarnaast zijn er algemene risico’s van kantoorwerk of ongewenst gedrag.

Inlog voor de digitale RI&E Architecten is voor architectenbureaus gratis beschikbaar, dat maakt onderdeel uit van de jaarlijkse SFA-bijdrage.

> naar de RI&E Architecten

De RI&E signaleert de risico’s en verwijst voor oplossingen naar het tweede branche-specifieke instrument voor preventie van ziekte en arbeidsongeschiktheid: de (online) arbocatalogus architecten.
Bureaus kunnen van de arbocatalogus architecten gebruik maken óf eigen oplossingen kiezen om tot hetzelfde beschermingsniveau komen.

> naar de Arbocatalogus Architecten

Oudere werknemers die behoefte hebben aan taakverlichting kunnen vanaf 10 jaar voor hun pensioengerechtigde leeftijd korter werken of (met behoud van salaris) één functieniveau lager gaan werken binnen dezelfde functiefamilie.
In het geval van korter werken daalt het salaris wel maar de afdracht van de pensioenpremie en de premie ten behoeve van de aanvullingsregeling ouderdomspensioen worden ongewijzigd voortgezet op basis van de oorspronkelijke arbeidsduur.

Bij het pensioenfonds architectenbureaus is de pensioengerechtigde leedtijd op dit moment 67 jaar.

Bij ziekte geldt gedurende het eerste ziektejaar 100% doorbetaling van salaris. Bij een tweede ziektejaar geldt minimaal 70% doorbetaling van het salaris. De werkgever vult dat aan tot 100% als de werknemer voldoende meewerkt aan zijn re-integratie. De voorschriften hiervoor zijn vastgelegd in de Wet Verbetering Poortwachter.

De werkgever is verplicht een verzekering af te sluiten voor inkomensaanvulling in derde en volgende arbeidsongeschiktheidsjaren in geval van een WIA-uitkering bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

In de cao staan geen specifieke bepalingen over zwangerschap, de wettelijke regels gelden. Officieel wordt zwangerschap als ziekte beschouwd, qua uitkering/doorbetaling salaris gelden afwijkende regels.

De werkgever vraagt bij het UWV een uitkering aan op grond van de Wet Arbeid en Zorg (WAZO). Als een werkneemster naar oordeel van de verzekeringsarts ziek wordt als gevolg van zwangerschap en/of bevalling, dan heeft zij recht op ziekengeld via het UWV. Is de hoogte van dat ziekengeld niet gelijk aan het loon, dan moet de werkgever wel zorgen voor aanvulling tot 100%.

Bij overlijden van een werknemer betaalt de werkgever aan de nabestaanden het salaris uit over de periode vanaf de dag na het overlijden tot en met twee maanden daarna. Het bedrag bevat ook het opgebouwde vakantiegeld en eventuele andere vaste salariscomponenten. Eventuele uitkeringen worden op deze betalingen in mindering gebracht.

Deze regeling heeft als doel om nabestaanden te ondersteunen bij de financiële overgang.

Artikel 23 - Preventie- en verzuimbeleid bij ziekte en arbeidsongeschiktheid standaardbepaling

  1. Werkgever en werknemer(s) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het voorkomen en/of terugdringen van ziekteverzuim.
  2. Preventiebeleid ten aanzien van ziekteverzuim moet mede gericht zijn op behoud en verbetering van de kwaliteit van de arbeid.
  3. Werkgever en werknemers maken bij het opzetten van preventie- en verzuimbeleid gebruik maken van de branche risico-inventarisatie, de rI&E Architecten en de Arbocatalogus Architecten.

 

Artikel 37 - Taakverlichtingminimumbepaling

Oudere werknemers die behoefte hebben aan taak verlichting kunnen vanaf 10 jaar voor hun pensioengerechtigde leeftijd de volgende keuze maken:

  1. korter werken. De arbeidsduur kan dan vrijwillig worden teruggebracht naar niet minder dan 32 uur per week. De afdracht van de pensioenpremie en de premie ten behoeve van de aanvullingsregeling ouderdomspensioen worden ongewijzigd voortgezet op basis van de oorspronkelijke arbeidsduur. dat geldt ook voor de oorspronkelijke verdeling van de premielasten over werkgever en werknemer. daardoor heeft het korter werken geen gevolgen voor de pensioenopbouw en eventuele aanvulling;
  2. één functieniveau lager gaan werken binnen dezelfde functiefamilie met behoud van salaris.

Artikel 25 - Inkomen bij ziekte en/of arbeidsongeschiktheid minimumbepaling

  1. In het eerste ziektejaar heeft werknemer recht op volledige door- betaling van het salaris dat hij zou ontvangen als hij arbeidsgeschikt zou zijn geweest. In het tweede ziektejaar ontvangt hij 70% van dat salaris. Werkgever vult dat aan tot 100% als werknemer voldoende meewerkt aan zijn re-integratie en zich houdt aan de voorschriften van de Wet Verbetering Poortwachter.
  2. Werkgever is verplicht voor werknemer(s) een verzekering af te sluiten voor inkomensaanvulling in derde en volgende arbeids- ongeschiktheidsjaren in geval van een WIA-uitkering bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
  3. De uitwerking van lid 1 en 2 is opgenomen in bijlage 4 van deze cao.

Bijlage 4 - Inkomen bij ziekte/arbeidsongeschiktheidDeze bijlage is een uitwerking van artikel 25 cao

  1. Loondoorbetaling eerste en tweede ziektejaar
  2. Het eerste ziektejaar

    De werknemer heeft gedurende het eerste ziektejaar recht op volledige doorbetaling van het salaris dat hij zou hebben ontvangen als hij arbeidsgeschikt zou zijn geweest.

    Het tweede ziektejaar

    Tijdens het tweede ziektejaar ontvangt de werknemer 70% van het salaris dat hij zou hebben ontvangen als hij arbeidsgeschikt zou zijn geweest. Dit wordt aangevuld tot 100% als de werknemer voldoende meewerkt aan zijn re-integratie, d.w.z. zich houdt aan alle voorschriften van de Wet verbetering poortwachter. Maandelijks beoordeelt de bedrijfsarts (begeleidende instantie) of de werknemer voldoende heeft meegewerkt aan zijn re-integratie. Op grond van deze beoordeling besluit de werkgever aan het einde van iedere maand of de werknemer in de betreffende maand recht heeft op 70% dan wel 100% doorbetaling van het salaris.

    De pensioenopbouw wordt tijdens de eerste twee ziektejaren ongewijzigd voortgezet, waarbij wordt uitgegaan van een (fictief) pensioengevend salaris gelijk aan 100% van het salaris.

    De vakantietoeslag wordt in het tweede ziektejaar evenredig verminderd over die maanden dat de werknemer slechts recht heeft op 70% doorbetaling van het salaris.

    1. In het geval de werknemer, als gevolg van een vervroegde keuring als bedoeld in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), recht heeft op een uitkering op grond van de regeling Inkomens- voorziening Volledige en duurzaam Arbeidsongeschikten (IVA), dan blijft de werkgever verplicht tot aanvulling van deze uitkering tot het niveau van voornoemde loondoorbetaling als de uitkering lager is.
    2. Als de bevoegde instantie de werkgever op grond van de Wet verbetering poortwachter een sanctie oplegt bestaande uit verlenging van de loondoorbetalingsverplichting met maximaal een jaar omdat deze zich onvoldoende heeft ingespannen dan wel onvoldoende heeft meegewerkt aan re-integratie van de arbeidsongeschikte werknemer, dan blijft de werknemer gedurende de periode van de loondoorbetalingsverplichting in het derde ziektejaar recht houden op volledige doorbetaling van het salaris dat hij zou hebben ontvangen als hij arbeidsgeschikt zou zijn geweest.
    3. Het salaris als bedoeld in dit artikel wordt verminderd met:
      • het bedrag van de (bruto) uitkering die de werknemer ontvangt op grond van enige bij of krachtens de wet geldende verzekering;
      • een eventuele vordering die de werknemer heeft jegens derden wegens loonderving als gevolg van arbeidsongeschiktheid eindigt.

    1. Inkomensaanvulling derde en volgende ziektejaren in geval van wia uitkering bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
      De werkgever is verplicht voor de werknemer(s) een verzekering af te sluiten voor inkomensaanvulling in derde en volgende arbeidsongeschiktheidsjaren in geval van een WIA-uitkering bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
      Deze verzekering voor inkomensaanvulling dient ten minste aan de volgende voorwaarden te voldoen:


      • de verzekering keert uit bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35% tot 80%;
      • de uitkering moet worden verstrekt tot de dag waarop werknemer conform de wettelijke bepalingen dienaangaande recht heeft op een aow-uitkering;
      • de uitkering moet per jaar op basis van de inflatiecorrectie worden geïndexeerd;
      • de uitkering bedraagt, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en de mate waarin een werknemer werkt, het arbeidsongeschiktheidspercentage vermenigvuldigd met 70% van zijn laatstverdiende gemaximeerde loon (2017 = € 53.705,97), minus de uitkeringen die de werknemer op grond van de WGA ontvangt.

     

    De premie voor deze verzekering komt, tot een maximum van 0,25% van het SV-loon (2017 = € 53.705,97), voor rekening van de werknemer en wordt ingehouden op zijn salaris.

    De verplichting van de werkgever om bovenomschreven verzekering af te sluiten, geldt niet voor werknemers die twee jaar of korter van hun pensioengerechtigde leeftijd verwijderd zijn. Deze werknemers kunnen geen rechten ontlenen aan de verzekering en hebben dus geen verzekerbaar belang.

     

Artikel 26 - Overlijden van werknemer minimumbepaling

  1. Werkgever keert na het overlijden van werknemer aan diens nabestaanden een bedrag uit, zijnde het salaris over de periode vanaf de dag na het overlijden tot en met twee maanden daarna.
  2. Dit bedrag wordt vermeerderd met het vakantiegeld, een eventuele vaste dertiende maand (indien van toepassing), een eventuele winstdeling over deze twee maanden en 2/12e deel van het jaarbedrag aan vaste, gegarandeerde bijzondere beloningen.
  3. Van deze bedragen worden afgetrokken de uitkeringen die nabestaanden als gevolg van zijn overlijden ontvangen op grond van de Ziektewet en/of de WIA dan wel de WAO. De overlijdensuitkering wordt uitbetaald in overeenstemming met de fiscale regels.