Uitwerking van cao-artikel 8

Stichting Fonds Architectenbureaus (SFA) voert activiteiten uit gericht op het informeren over en verbeteren en vernieuwen van arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en de arbeidsmarkt, met als doel het – in sociaaleconomisch opzicht – optimaal functioneren van architectenbureaus.

Paritair bestuurd
SFA is een paritair bestuurde organisatie; 50% van de bestuursleden is benoemd namens BNA, 50% namens de vakbonden FNV, CNV Vakmensen en De Unie.

Secretariaat 
SFA voert het secretariaat voor cao-partijen bij cao-aangelegenheden en de geschillencommissie arbeidszaken architectenbureaus. (De rol en functie van de geschillencommissie zijn opgenomen in bijlage 4.) SFA is daarnaast in een adviserende en ondersteunende rol betrokken bij de bezwaar- en beroepsprocedure functie-indeling (zie bijlage 5).

Aanspreekpunt voor werkgevers en werknemers in de branche
SFA fungeert namens cao-partijen als vraagbaak voor werkgever en werknemer voor de uitleg en interpretatie van de cao. Zij kunnen individueel of gezamenlijk advies vragen.
SFA onderzoekt, informeert en geeft ondersteuning bij vragen over arbeidsvoorwaarden, -omstandigheden en arbeidsmarkt in de branche.

Cao-bijlage 4 Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus – Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus uitwerking van artikel 9 cao

In artikel 9 biedt de cao aan werknemer en werkgever de mogelijkheid een geschil over uitleg of toepassing van de cao voor te leggen aan de geschillencommissie. De uitspraak van de geschillencommissie heeft de kracht van een bindend advies.
De geschillencommissie hanteert de geschillenregeling arbeidszaken architectenbureaus. Deze geschillenregeling is hieronder opgenomen. 

Artikel 1 Geschillenregeling 
Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus

  1. De Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus (verder te noemen de geschillencommissie) bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangende leden:
    1. Eén lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door de gezamenlijke werknemersorganisaties, te weten: CNV Vakmensen, FNV en De Unie;
    2. Eén lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door de werkgeversorganisatie BNA, partij bij de cao;
    3. Eén lid en diens plaatsvervanger, tevens voorzitter respectievelijk plaatsvervangend voorzitter, worden benoemd door de werknemers- en werkgeversorganisaties gezamenlijk;
    4. De (plaatsvervangende) leden worden benoemd voor een periode van vier jaar en zijn na het verstrijken van deze periode nog eenmaal voor eenzelfde periode benoembaar;
    5. Een (tussentijdse) vacature wordt binnen twee maanden vervuld door de organisatie(s) die het vertrekkende (plaatsvervangende) lid had(den) benoemd;
    6. Als een lid van de geschillencommissie rechtstreeks bij een te behandelen geschil is betrokken, neemt hij niet deel aan de behandeling van het geschil. In zijn plaats treedt dan zijn vervanger op.
  2. De leden van de geschillencommissie betrachten absolute geheimhouding over personen en vertrouwelijk ter beschikking gestelde gegevens.
  3. Het secretariaat en het penningmeesterschap van de geschillencommissie worden gevoerd door SFA (postadres: De Baanderij
    NDSM-Kade 7 1033 PG Amsterdam), https://www.sfa-architecten.nl.

Artikel 2 Geschillenregeling 
Geschillen

De geschillencommissie kan benaderd worden:

  1. Als werkgever of werknemer van mening is dat de uitleg of toepassing van de cao onjuist is;
  2. Bij verschil van mening tussen werkgever en werknemer over de interpretatie van overwerk;
  3. Bij verschil van mening tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over de toepassing van het opdrachtnemerschap in cao artikel 18 lid 3.

Artikel 3 Geschillenregeling 
Bindend advies

  1. De uitspraak van de geschillencommissie heeft de kracht van een bindend advies: als werkgever en werknemer daar op vrijwillige basis beiden om verzoeken;

  2. Als opdrachtgever en opdrachtnemer zich tot de geschillencommissie wenden bij een geschil over de uitleg van artikel 18 lid 3.

Artikel 4 Geschillenregeling 
Duur procedure

  1. De geschillencommissie ziet erop toe dat de behandeling van het geschil of beroep als omschreven in artikel 5 en 6 niet meer dan acht weken in beslag neemt;
  2. De geschillencommissie zal partijen tijdig op de hoogte stellen indien de procedure meer tijd in beslag gaat nemen.

Artikel 5 Geschillenregeling 
Behandeling van geschillen over uitleg of toepassing van de cao

  1.  Aanhangig maken van een geschil
    1. Geschillen kunnen aanhangig worden gemaakt door een individuele werkgever en/of werknemer of door een namens hem/haar optredende werknemers- en/ of werkgeversorganisatie, partij bij deze cao.
    2. Een verzoek tot behandeling van een geschil wordt aanhangig gemaakt door toezending van een met redenen omkleed verzoekschrift aan het secretariaat van de geschillencommissie.
    3. De partij die het geschil aanhangig maakt, stelt de andere partij daarvan onverwijld schriftelijk op de hoogte onder bijvoeging van een afschrift van het verzoek.
    4. Als de wederpartij een verzoek tot verweerschrift van het secretariaat van de geschillencommissie ontvangt, dient de wederpartij uiterlijk binnen drie weken na dagtekening van dit verzoek een met redenen omkleed verweerschrift bij het secretariaat in te dienen.
    5. Een afschrift van het verweerschrift dient door de wederpartij te worden gezonden aan de partij die het geschil aanhangig heeft gemaakt.
    6. Het secretariaat van de geschillencommissie kan – als dit voor de behandeling van het geschil wenselijk wordt geacht – partijen opdragen nadere stukken in te dienen binnen een te stellen termijn en eventueel  op een voorgeschreven wijze.
  2.  Wijze van behandeling
    1. De geschillencommissie kan de behandeling van het geschil zowel schriftelijk als mondeling afdoen. Wordt volstaan met een schriftelijke behandeling dan staat de geschillencommissie partijen een schriftelijke procedure van repliek en dupliek toe.
    2. Bij de behandeling van het geschil door de geschillencommissie kunnen partijen zich voor eigen rekening laten bijstaan door een raadsman.

  3.  Mondelinge behandeling
    1. De mondelinge behandeling van het geschil vindt in het algemeen plaats binnen zes weken na indiening van het verzoekschrift. Partijen worden ten minste twee weken van tevoren schriftelijk uitgenodigd.
    2. De behandeling van het geschil gebeurt niet in het openbaar.
    3. Tijdens de behandeling worden partijen in elkaars aanwezigheid gehoord.
    4. De geschillencommissie kan op verzoek van partijen toestaan dat getuigen en/of deskundigen de behandeling of een gedeelte daarvan bijwonen. De geschillencommissie hoort degene die ze nuttig acht te horen.

  4. Beraadslaging

    De beraadslaging van de geschillencommissie gebeurt in een voltallige vergadering, die niet openbaar is. De inhoud van deze beraadslaging is geheim. De geschillencommissie neemt een beslissing bij gewone meerderheid van stemmen. De stemming gebeurt mondeling, de leden mogen zich niet van stemming onthouden.

  5. Uitspraak

    De uitspraak van de geschillencommissie wordt met redenen omkleed zo spoedig mogelijk – uiterlijk binnen twee weken – na de beraadslagingen per aangetekende brief aan partijen verzonden. Daarbij wordt tevens de termijn vermeld waarbinnen de uitspraak moet zijn nageleefd en welke bevoegdheid cao-partijen hebben om adviezen te geven.

  6. Kosten behandeling

    De kosten voor de behandeling van het geschil komen ten laste van de SFA, tenzij de geschillencommissie bepaalt dat de kosten worden doorberekend aan partijen.


 

 

Cao-bijlage 5 Bezwaar- en beroepsprocedure functie-indeling – Bijlage 5 Bezwaar- en beroepsprocedure functie-indeling Uitwerking van cao-artikel 19 lid 6

Uitwerking van artikel 19 lid 6

Bij de toepassing van de ORBA[1]-methode voor functiewaardering en -indeling bestaat voor medewerkers de mogelijkheid bezwaar te maken tegen het indelingsbesluit zoals dit schriftelijk door de werkgever kenbaar is gemaakt.

Voorafgaand: overlegfase
Voorafgaand aan de bezwaar- en beroepsprocedure is er een overlegfase, waarin de medewerker met zijn leidinggevende in overleg treedt omdat:

  • medewerker zich niet (meer) kan vinden in de in de functieomschrijving vastgelegde functie-inhoud, en/of:
  • medewerker zich niet (meer) kan vinden in de vastgestelde functieniveau-indeling.

Procedure bezwaar en beroep
Indien de overlegfase niet leidt tot een bevredigende oplossing kan de medewerker via P&O of bij zijn direct leidinggevende bezwaar aantekenen volgens deze procedure bezwaar en beroep.

De procedure kent na afronding van de overlegfase een tweetal opeenvolgende (mogelijke) stappen, te weten:

  1. de bezwaarfase;
  2. de beroepsfase.

Gronden voor bezwaar en beroep
Er zijn twee gronden voor het maken van bezwaar en eventueel beroep:

  1. De in de functieomschrijving vastgelegde functie-inhoud komt naar de mening van de medewerker niet of niet meer overeen met de feitelijke werkzaamheden;
  2. De medewerker is het niet of niet meer eens met de vastgestelde functieniveau-indeling.
  3. De bezwaarfase
    1.1 De medewerker kan de bezwaarfase in gaan als hij zich niet kan vinden in het resultaat uit de overlegfase.
    1.2 Hij dient dit binnen twee weken na in kennisstelling van het resultaat van de overlegfase schriftelijk kenbaar te maken aan P&O en/of zijn direct leidinggevende, onder gelijktijdige toezending aan SFA per post of per e-mail aan info@sfa-architecten.nl.
    1.3 Bij toezending van het bezwaar aan SFA voegt de werknemer zowel de eigen motivering als die van de werkgever toe.
    1.4 De behandeling van het bezwaar wordt door SFA uitgevoerd, binnen 2 maanden nadat werknemer zijn bezwaar kenbaar heeft gemaakt. SFA rapporteert werknemer en de werkgever schriftelijk over de uitkomsten van dit onderzoek.
    1.5 De werkgever neemt vervolgens binnen twee weken na ontvangst van het schriftelijk advies van SFA de beslissing of hij het advies overneemt. De medewerker wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld.
    1.6 Indien medewerker 3 maanden nadat hij zijn bezwaar conform artikel 1.2 schriftelijk kenbaar heeft gemaakt, geen schriftelijk besluit van zijn werkgever heeft ontvangen, of indien hij zich niet met het binnen die termijn ontvangen besluit kan verenigen, kan hij in beroep tegen (het ontbreken van) het besluit.
  4. De beroepsfase
    2.1 Indien de medewerker zich niet kan verenigen met het resultaat uit de bezwaarfase staat het de medewerker vrij om, bij bezwaar tegen de vastgestelde functieniveau-indeling, in beroep te gaan.
    2.2 De medewerker start de behandeling van het beroep door melding hiervan aan SFA.
    2.3 Deze melding moet binnen twee weken na het in artikel 1.6 genoemde moment schriftelijk en met redenen omkleed worden gedaan.
    2.4 Tevens stelt hij de werkgever hiervan in kennis.
    2.5 Behandeling van het beroep vindt plaats binnen 2 weken nadat medewerker het externe beroep conform artikel 2.3 heeft ingediend.
    2.6 Indien het beroep aan de formele vereisten van artikel 2.1 tot en met 2.4 voldoet, draagt SFA er zorg voor dat het beroep bij de Commissie Extern Beroep wordt ingediend ter inhoudelijke behandeling.
    2.7 Voor de inhoudelijke behandeling vormen de ORBA-systeemdeskundigen (van de betrokken vakbond en AWVN) een Commissie Extern Beroep.
    2.8 De Commissie Extern Beroep hoort de medewerker en de leidinggevende in een zitting.
    2.9 De leden van deze commissie komen tot een unanieme en bindende uitspraak over de indeling van de functie en rapporteren het oordeel schriftelijk aan resp. de werkgever en de werknemer, cc aan SFA.
    2.10 Indien de medewerker niet is aangesloten bij een vakbond wordt de externe beroepsbehandeling uitgevoerd door een (niet direct bij het functieonderzoek betrokken) ORBA-systeemdeskundige van AWVN.

voetnoot [1] ORBA is de functiewaarderingsmethode van werkgeversvereniging AWVN.