Werkgever en werknemer zijn verplicht de Wet verbetering poortwachter te volgen. Deze wet is bedoeld om langdurig verzuim te voorkomen en om zieke werknemers zo snel mogelijk, op een verantwoorde manier, weer aan het werk te krijgen.  Dit heet re-integratie. 

Ziekmelding en begeleiding 

Bij ziekte meldt de werknemer zich zo snel mogelijk ziek bij de werkgever. De werkgever schakelt een arbodienst of bedrijfsarts in. Vanaf de eerste week gelden verplichtingen op grond van de Wet verbetering poortwachter: 

  • Week 1: Ziekmelding door werknemer bij werkgever. Werkgever schakelt zo nodig arbodienst/bedrijfsarts in. 
  • Week 6: De bedrijfsarts maakt een probleemanalyse: is de werknemer al dan niet arbeidsongeschikt en voor welk percentage? 
  • Week 8: Werkgever en werknemer stellen samen een plan van aanpak op. Dit plan wordt elke 4 tot 6 weken geëvalueerd op basis van contact met de bedrijfsarts, en zo nodig bijgesteld. 
  • Week 42: De werkgever meldt langdurige ziekte bij UWV. 
  • Week 52: Werkgever en werknemer maken een eerstejaarsevaluatie van de re-integratie. 
  • Week 88: UWV stuurt de werknemer een brief met instructies voor het aanvragen van een WIA-uitkering. 
  • Week 91: Werkgever en werknemer maken samen de eindevaluatie, op basis van het actueel oordeel van de bedrijfsarts. 
  • Week 93: Uiterste moment voor de werknemer om een WIA-uitkering aan te vragen. De werkgever levert het re-integratieverslag aan bij UWV. 
  • Week 104: De periode van wettelijke loondoorbetaling eindigt na 2 jaar ziekte. 
  • Het UWV biedt een handige tool om dit stappenplan concreet te maken.  

Verplichtingen tijdens langdurige ziekte 

De werknemer moet: 

  • meewerken aan medische onderzoeken en gesprekken met de bedrijfsarts; 
  • de afspraken uit het plan van aanpak nakomen; 
  • actief meewerken aan passend werk, ook als dat in eerste instantie buiten de eigen functie of bij een andere werkgever (tweede spoor) is. 

Bij onvoldoende inspanningen kan de werkgever aan de werknemer een loonsanctie opleggen (het loon opschorten of stopzetten). Dit is echter aan strenge eisen verbonden en het is van belang dat de juiste sanctie wordt gekozen, schakel hierover dus altijd juridisch advies in. 

De werkgever moet: 

  • actief zoeken naar passend werk binnen het bedrijf (eerste spoor); 
  • tijdig het tweede spoor inzetten als terugkeer binnen het eigen bedrijf niet lukt; 
  • waar nodig scholing of aanpassingen aanbieden; 
  • het re-integratietraject zorgvuldig vastleggen en voortgang bewaken. 

Bij onvoldoende inspanning van de werkgever kan UWV aan de werkgever een loonsanctie opleggen: de werkgever moet het loon dan maximaal één jaar langer doorbetalen.