Mij valt op dat de HR functies in het functiehuis lager zijn ingedeeld dan in het huidige functiehandboek. Wat is daarvoor de reden en zijn er uitzonderingen mogelijk?
Het functiehuis werkt enerzijds vergelijkbaar met het functiehandboek, maar is op een aantal aspecten anders. Dat begint uiteraard met de formulering van de ijkfuncties. En er is een ijkfunctie aan de onderkant van de functiefamilie Personeel & organisatie toegevoegd. De ijkfuncties zijn vervolgens gewaardeerd met het ORBA-functiewaarderingssysteem. En binnen die systematiek ligt een belangrijk accent op de verwachte bijdrage van een functie aan het bureauresultaat. Op dat aspect scoren de functiefamilies Architectuur & ontwerp, Technisch ontwerp en Projectcoördinatie hoger dan de functiefamilie Personeel & organisatie.
Ook is het een functiefamilie die opereert op een relatief klein vakgebied. Daarnaast speelt bijvoorbeeld een rol dat je voor een leidinggevende functie binnen Personeel & organisatie, vaak leidinggeeft aan één of hooguit enkele collega’s. Leidinggeven aan 5-10 specialisten zou een hogere waardering opleveren.
Goed om te weten dat bij de ORBA-waardering is uitgegaan van een organisatie van maximaal 80 werknemers. Als je bijvoorbeeld leidinggevende Personeel & organisatie bent bij een organisatie van 250 medewerkers, kan dat een reden zijn om hoger in te delen.
Dan het tweede deel van de vraag: zijn daarin uitzonderingen mogelijk?
Ja, de functie- en salaris-indeling zijn minimumbepalingen in de cao. Hoger indelen en meer betalen mag altijd.
Een hogere indeling is bijvoorbeeld mogelijk bij het mede-leidinggeven aan een bureau, of bij een structureel betere prestatie dan op basis van de ijkfunctie mag worden verwacht, bijvoorbeeld op creatief of commercieel terrein, in verband met de complexiteit van de uit te voeren opdrachten en de continuïteit van het bureau.
Disclaimer: Ondanks de zorgvuldigheid waarmee de FAQ over het functiehuis tot stand zijn gekomen, zullen bij het gebruik in de praktijk ongetwijfeld vragen en opmerkingen rijzen. Immer -zoals Hertzberger ook aangaf -: “the proof of the pudding is in the eating”.