CAO

Werkafspraken tussen werkgever en werknemer worden vastgelegd in een contract (arbeidsovereenkomst). Dat contract kan worden gesloten voor bepaalde tijd (tijdelijk contract) of onbepaalde tijd (vast contract). In de cao is vastgelegd welke gegevens minimaal worden opgenomen.

Voor werkgever en werknemer gelden rechten en plichten, vastgelegd in de cao. Daarnaast geldt het goed werkgever- en werknemerschap uit het Burgerlijk Wetboek en een gedragscode (voor BNA-bureaus).

De Wet Werk en Zekerheid (WWZ) geeft voor tijdelijke contracten twee jaar en/of drie contracten als maximum, daarna volgt een vast contract. De cao maakt een uitloop mogelijk voor deelnemers aan de beroepservaringperiode zodat een werknemer deze bij eenzelfde werkgever kan afronden en niet tegen de tijdsgrens van de WWZ aan loopt.

De uitloopmogelijkheid is gebaseerd op de gebruikelijke lengte van de beroepservaringperiode. Voor TU-afgestudeerden kan de tijdelijk contract-periode van twee jaar worden verlengd met maximaal één jaar. Voor studenten aan een AvB kan de tijdelijk contract-periode van twee jaar worden verlengd met maximaal drie jaar.

De formele term is ‘buitenwerkingstelling ketenbepaling WWZ’. Bij de uitloopmogelijkheid moet gebruik worden gemaakt van de model arbeidsovereenkomst buitenwerkingstelling WWZ.

Arbeidsduur is het aantal uur dat een werknemer volgens het contract per week werkt. Een voltijd werkweek is in onze cao 40 uur.

In plaats van elke week hetzelfde aantal uur werken zijn ook de flexibelere “jaaruren” mogelijk. Bij jaaruren wordt het aantal uur per werkweek omgerekend naar aantal uur per jaar, rekening houdend met feestdagen en vakantie-uren. De jaaruren worden flexibel ingezet; extra uren in een drukke periode en minder uren werken in rustigere tijd.

Werkgever en werknemers beslissen samen of binnen een bureau van jaaruren gebruikt wordt gemaakt.

De cao kent vanwege het wisselende verloop van de hoeveelheid werk geen salaristoeslag voor overwerk. Overwerk wordt als regel in redelijkheid gecompenseerd/als verlof opgenomen.

Deze regel geldt voor alle werknemers. Tot salarisgroep J kan een werknemer de werkgever verzoeken om de overuren uit te betalen. Uitloop van reguliere, geplande werktijden/werkzaamheden telt niet altijd als overuren, dat geldt zeker vanaf salarisschaal J.
Ter voorkoming van misverstanden is het nuttig om duidelijke afspraken met elkaar te maken over wat telt als overuren, als redelijke en maximale uitloop of als extra werk.  Mochten er, naar mening van werkgever of werknemer misstanden over overwerkuren ontstaan, waar men onderling niet uitkomt, dan kan een beroep gedaan worden op de geschillencommissie.

Een tijdelijk arbeidscontract eindigt op de in die overeenkomst genoemde einddatum. Tussentijds opzeggen is in principe niet mogelijk, tenzij met wederzijdse instemming.

Is een tijdelijk contract op grond van buitenwerkingstelling WWZ en beroepservaringperiode afgerond? Dan eindigt het contract per einde van de maand genoemd op diploma of certificaat.

Voor elk tijdelijk contract vanaf zes maanden geldt: minimaal een maand voor de einddatum bespreken werkgever en werknemer of de arbeidsrelatie wordt voortgezet, inclusief afspraken over de arbeidsvoorwaarden.

Bij een vast contract heeft een werknemer een opzegtermijn van een maand, tenzij anders is vastgelegd. Bij beëindiging door de werkgever is de opzegtermijn afhankelijk van het aantal dienstjaren.

Voor zowel een tijdelijk als een vast contract:
de wettelijke transitievergoeding geldt vanaf een arbeidsrelatie van twee jaar of meer. In het Wetsontwerp Arbeidsmarkt in Balans (WAB) is opgenomen dat een transitievergoeding vanaf de start van een arbeidsovereenkomst geldt met als vermoedelijke ingangsdatum begin 2020.

Een stagiair is iemand die als onderdeel van zijn opleiding ervaring komt opdoen op de werkvloer, op basis van een overeenkomst tussen opleiding, stagiair en architectenbureau.
Elk bureau is verplicht de stageovereenkomst te gebruiken die is opgesteld door SFA. De stageregeling voor architectenbureaus is van kracht.

Als een zzp-er (opdrachtnemer) wordt ingehuurd geldt de Modelovereenkomst/geen werkgeversgezag architectenbureaus. Om twijfels over de status van de werkende te vermijden – schijnzelfstandige of opdrachtnemer – wordt door cao-partijen een tarief van 150% van het bruto uurloon voor vergelijkbare werkzaamheden met vergelijkbare ervaring aangehouden als onderscheid. Als een architectenbureau een zzp-er inhuurt onder die 150%, dan geldt een meldingsplicht bij de geschillencommissie

Artikel 10 - Arbeidsovereenkomststandaardbepaling

Werkgever en werknemer ondertekenen bij indiensttreding een schriftelijke arbeidsovereenkomst waarin de gemaakte afspraken worden vastgelegd. De arbeidsovereenkomst bevat in ieder geval:
a. de naam en woonplaats van werkgever en werknemer;
b. de datum van indiensttreding;
c. de duur van de arbeidsovereenkomst als deze voor bepaalde tijd is;
d. de plaats(en) (van) waar(-uit) werknemer werkt;
e. de functie, de functiefamilie en het functieniveau;
f. het bruto maandsalaris;
g. de geldende arbeidsduur per week;
h. dat de cao van toepassing is op de arbeidsovereenkomst

 

Artikel 11 - Verplichtingen van werkgever en werknemer standaardbepaling

Werkgever en werknemer zijn verplicht zich te houden aan de arbeidsvoorwaarden zoals omschreven in deze cao, deze onverkort toe te passen en zich te gedragen als goed werkgever en goed werknemer. Artikel 5 bevat een algemene ontheffingsbepaling indien strikte toepassing van dit artikel tot onbillijkheden leidt.

  1. Voor werkgever geldt in het bijzonder:
    1. Als een werknemer onoverkomelijke ethische of religieuze bezwaren heeft tegen werkzaamheden die onderdeel zijn van een opdracht die door het bureau is aanvaard, dan zal werkgever die bezwaren eerbiedigen en indien mogelijk voor vervangende arbeid zorgen.
    2. Werkgever stelt de cao (digitaal) ter beschikking aan werknemer.
    3. Werkgever faciliteert werknemer bij het volgen van scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie. Voor zover dat redelijkerwijs van werkgever kan worden verlangd faciliteert hij werknemer bij het voortzetten van de arbeidsovereenkomst in een andere of aangepaste functie indien de functie van werknemer komt te vervallen of als werknemer niet langer in staat is deze te vervullen.
  1. Voor werknemer geldt in het bijzonder:
    1. Werknemer zelf is verantwoordelijk voor het op peil houden van zijn kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het volwaardig kunnen uitoefeningen van zijn functie.
    2. Werknemer heeft toestemming van werkgever nodig voor het mogen verrichten van nevenwerkzaamheden. Die toestemming wordt gegeven tenzij sprake is van concurrentie, strijdige belangen of een kennelijk nadelige invloed op het functioneren. 
      Voor deelname aan prijsvragen stelt werknemer werkgever daarvan vooraf op de hoogte ter voorkoming van tegenstrijdige belangen.
    3. Werknemer stelt zich discreet en loyaal op ten aanzien van werkgever met inbegrip van het zorgvuldig omgaan met informatie van en over het architectenbureau en zijn relaties. Werknemer brengt geen vertrouwelijke gegevens over de onderneming van werkgever naar buiten.
    4. Werknemer respecteert de intellectuele eigendomsrechten van werkgever.
    5. Werknemer mag goederen en (digitale) bestanden, die hij van werkgever tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst onder zich krijgt, gebruiken voor de doelen waar deze voor zijn bestemd, zij blijven eigendom van werkgever.
      Werknemer is verplicht deze goederen en bestanden op eerste verzoek van werkgever en in elk geval op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, weer aan werkgever ter beschikking te stellen.

 

Artikel 14 - Buitenwerkingstelling ketenbepaling wet Werk en Zekerheid (WWZ) voor specifieke doelgroepenstandaardbepaling

  1. De ketenbepaling met betrekking tot duur en aantal arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zoals vastgesteld in de WWZ is buitenwerking gesteld, de ketenbepaling geldt niet indien de arbeidsovereenkomst overwegend is aangegaan voor de educatie van werknemer.
  1. Die afwijking maakt het mogelijk om werknemers die daarvoor in aanmerking komen te kunnen laten voldoen aan de eindtermen gesteld in de Wet op de architectentitel, nader uitgewerkt in de Regeling Beroepservaringperiode met als beoogde uitkomst het behalen van de architectentitel.
  1. Met een werknemer, tevens student aan een Academie van Bouwkunst kan na het maximaal aantal jaren en/of contracten binnen de mogelijkheden die de WWZ biedt (maximaal 24 maanden) aansluitend twee maal een arbeidsovereenkomst voor een jaar worden aangegaan (maximaal 24 maanden).
  1. Als werknemer zijn opleiding dan nog niet heeft afgerond kan nog eenmaal, een arbeidsovereenkomst voor ten hoogste 1 jaar worden aangegaan (12 maanden).
  1. Voor werknemer afgestudeerd aan een Technisch Universiteit, kan na het maximaal aantal jaren en/of contracten binnen de mogelijkheden die de WWZ biedt (24 maanden) daar op aansluitend een arbeidsovereenkomst voor de duur van maximaal een jaar (12 maanden) worden aangegaan voor de resterende periode die werknemer nodig heeft om aan de opleidingsvereisten als bedoeld in lid 2 te voldoen.
  1. De verlenging zoals genoemd in lid 3, 4 en 5 eindigt met wederzijds goedvinden aan het eind van de maand waarin werknemer aantoonbaar voldoet aan de eindtermen van de beroepservaringsperiode (door behalen diploma of certificaat).
  1. Werkgever en werknemer doen wat redelijkerwijs van hen verwacht kan worden om te kunnen voldoen aan die eindtermen.
  1. De verlenging zoals genoemd in lid 3, 4 en 5 eindigt met wederzijds goedvinden indien werknemer tussentijds stopt met zijn opleiding per het einde van de maand waarin werknemer is gestopt.
  1. Indien de arbeidsovereenkomst conform lid 6 of 8 eindigt zullen werknemer en werkgever in overleg treden over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst op basis van onbepaalde tijd.

Artikel 15 - Arbeidsduur en jaaruren standaardbepaling

  1. De bepalingen in deze cao gaan uit van een arbeidsduur van 40 uur per week en worden naar evenredigheid toegepast bij een kortere arbeidsduur.
  1. De jaaruren kunnen flexibel ingezet worden binnen de ruimte die de Arbeidstijdenwet biedt.
  1. Het flexibel werken wordt in goed overleg tussen werkgever en werknemer afgesproken. Instemming van werknemer en werkgever is voorwaarde. Beiden kunnen het initiatief nemen om uren flexibel in te zetten.

Artikel 16 - Overwerk tot functiegroep J standaardbepaling

  1. Overuren tot functiegroep J worden in overleg tussen werkgever en werknemer uitbetaald of als vrije tijd opgenomen.
  1. Een werknemer vanaf functiegroep J wordt geacht zelf te kunnen sturen op inzet van uren. Een uitloop van geplande werkzaamheden behoort daarom bij de functie.

Bijlage 6 - Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus

In artikel 9 biedt de cao werknemer en werkgever de mogelijkheid een geschil over uitleg of toepassing van de cao voor te leggen aan de Geschillencommissie. Ook kan werknemer bij de Geschillencommissie in beroep gaan tegen een besluit van zijn werkgever over de indeling van zijn functie zoals bepaald in artikel 19 cao.

De uitspraak van de Geschillencommissie heeft de kracht van een bindend advies als werkgever en werknemer beiden daarom verzoeken.

De Geschillencommissie hanteert de Geschillenregeling Arbeidszaken Architectenbureaus.

 

Geschillenregeling Arbeidszaken Architectenbureaus

Artikel 1
Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus

  1. De Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus (verder te noemen de Geschillencommissie) bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangende leden:
    1. Eén lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door de gezamenlijke werknemersorganisaties die partij zijn bij de cao, te weten: FNV Bouwen en Wonen, CNV Vakmensen en De Unie;
    2. Eén lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door de werkgeversorganisatie BNA, partij bij de cao;
    3. Eén lid en diens plaatsvervanger, tevens voorzitter respectievelijk plaatsvervangend voorzitter, worden benoemd door de werknemers- en werkgeversorganisaties gezamenlijk;
    4. De (plaatsvervangende) leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar en zijn na het verstrijken van deze periode nog eenmaal voor eenzelfde periode benoembaar;
    5. Een (tussentijdse) vacature wordt binnen twee maanden vervuld door de organisatie(s) die het vertrekkende (plaatsvervangende) lid had(den) benoemd;
    6. Als een lid van de Geschillencommissie rechtstreeks bij een te behandelen geschil is betrokken, neemt hij niet deel aan de behandeling van het geschil. In zijn plaats treedt dan zijn vervanger op.
  1. De leden van de Geschillencommissie betrachten absolute geheimhouding over personen en vertrouwelijk ter beschikking gestelde gegevens.
  1. Het secretariaat en het penningmeesterschap van de Geschillencommissie worden gevoerd door Stichting Fonds Architectenbureaus (SFA), Jollemanhof 14, 1019GW, Postbus 19606, 1000 GP Amsterdam. www.sfa-architechten.nl.

 

Artikel 2
Geschillen

  1. Als een werkgever of een werknemer van mening is dat zich een geschil voordoet over de uitleg of toepassing van de cao, kan hij dit geschil voorleggen aan de Geschillencommissie.
  1. Als een werknemer zich niet kan verenigen met de door de werkgever conform artikel 19 cao vastgestelde functie-indeling, bestaat de mogelijkheid van beroep tegen de functie-indeling bij de Geschillencommissie, zoals omschreven in artikel 9 cao.
  1. Als werkgever en/of werknemer overwerk anders interpreteren dan is geformuleerd in artikel 16 inzake overwerk tot en vanaf functiegroep J.
  1. Bij onduidelijkheid over de situatie en de status van het genoemde in artikel 18 lid 3 van de cao (werknemer- of opdrachtnemerschap) wenden belanghebbenden, in deze situatie opdrachtgever en/of opdrachtnemer zich tot de geschillencommissie.
  1. Artikel 3 (bindend advies), artikel 4 (duur procedure), artikel 5 (behandeling van geschillen over uitleg of toepassing van de cao) en artikel 7 lid 1 (over de mogelijkheid om naar de rechter te gaan na afloop van de behandeling) van deze bijlage worden van overeenkomstige toepassing verklaard op de situatie zoals opgenomen in artikel 2 lid 4 van deze bijlage.            

 

Artikel 3
Bindend advies

  1. De uitspraak van de Geschillencommissie heeft alleen dan de kracht van een bindend advies als beide partijen in het geschil daarom verzoeken.
  1. Vóór de behandeling van een geschil of beroepszaak stelt de Geschillencommissie vast of partijen zijn overeengekomen de uitspraak van de Geschillencommissie bij wijze van bindend advies op te volgen.

 

Artikel 4
Duur procedure

De Geschillencommissie ziet er op toe dat de behandeling van het geschil of beroep als omschreven in artikel 5 en 6 niet meer dan acht weken in beslag neemt. De Geschillencommissie zal partijen tijdig op de hoogte stellen indien de procedure meer tijd in beslag gaat nemen

 

Artikel 5
Behandeling van geschillen over uitleg of toepassing van de cao

  1.  Aanhangig maken van een geschil
    1. Geschillen kunnen aanhangig worden gemaakt zowel door een individuele werkgever en/of werknemer als door een namens hem optredende werknemers- en/ of werkgeversorganisatie, partij bij deze cao.
    2. Een verzoek tot behandeling van een geschil wordt aanhangig gemaakt door toezending van een met redenen omkleed verzoekschrift aan het secretariaat van de Geschillencommissie.
    3. De partij die het geschil aanhangig maakt, stelt de andere partij daarvan onverwijld schriftelijk op de hoogte onder bijvoeging van een afschrift van het verzoek.
    4. Als de wederpartij een verzoek tot verweerschrift van het secretariaat van de Geschillencommissie ontvangt, dient de wederpartij uiterlijk binnen drie weken na dagtekening van dit verzoek een met redenen omkleed verweerschrift bij het secretariaat in te dienen.
    5. Een afschrift van het verweerschrift dient door de wederpartij te worden gezonden aan de partij die het geschil aanhangig heeft gemaakt.
    6. Het secretariaat van de Geschillencommissie kan - als dit voor de behandeling van het geschil wenselijk wordt geacht - partijen opdragen nadere stukken in te dienen binnen een te stellen termijn en eventueel op een voorgeschreven wijze.
  1. Wijze van behandeling
    1. De Geschillencommissie kan de behandeling van het geschil zowel schriftelijk als mondeling afdoen. Wordt volstaan met een schriftelijke behandeling dan staat de Geschillencommissie partijen een schriftelijke procedure van repliek en dupliek toe.
    2. Bij de behandeling van het geschil door de Geschillencommissie kunnen partijen zich voor eigen rekening laten bijstaan door een raadsman.
  1. Mondelinge behandeling
    1. De mondelinge behandeling van het geschil vindt in het algemeen plaats binnen zes weken na indiening van het verzoekschrift. Partijen worden ten minste twee weken van tevoren schriftelijk uitgenodigd.
    2. De behandeling van het geschil gebeurt niet in het openbaar.
    3. Tijdens de behandeling worden partijen in elkaars aanwezigheid gehoord.
    4. De Geschillencommissie kan op verzoek van partijen toestaan dat getuigen en/of deskundigen de behandeling of een gedeelte daarvan bijwonen. De Geschillencommissie hoort degene die hij nuttig acht te horen.
  1. Beraadslaging

    De beraadslaging van de Geschillencommissie gebeurt in een voltallige vergadering, die niet openbaar is. De inhoud van deze beraadslaging is geheim. De Geschillencommissie neemt een beslissing bij gewone meerderheid van stemmen. De stemming gebeurt mondeling, de leden mogen zich niet van stemming onthouden..

  1. Uitspraak

    De uitspraak van de Geschillencommissie wordt met redenen omkleed zo spoedig mogelijk - uiterlijk binnen twee weken - na de beraadslagingen per aangetekende brief aan partijen verzonden. Daarbij wordt tevens de termijn vermeld waarbinnen de uitspraak moet zijn nageleefd en welke bevoegdheid cao-partijen hebben om adviezen te geven.

  1. Kosten behandeling

    De kosten voor de behandeling van het geschil komen ten laste van de SFA, tenzij de Geschillencommissie bepaalt dat de kosten worden doorberekend aan partijen.

 

Artikel 6
Behandeling beroepszaken over de functie-indeling

  1. Instellen van beroep
    1. De werknemer kan bij de Geschillencommissie in beroep gaan tegen het besluit van zijn werkgever over de indeling van zijn functie zoals bepaald in artikel 19 van de cao.
    2. Een dergelijk beroep is alleen ontvankelijk als
      - tussen werkgever en werknemer overeenstemming bestaat over de functie-inhoud,
      - een door werkgever en werknemer ondertekend Formulier Functieprofiel (zie Handboek Functie-indeling Architectenbureaus) beschikbaar is,
      - de werknemer kan aantonen, dat middels een interne procedure reeds grondig is geprobeerd om een oplossing voor de kwestie te vinden.
    3. Het beroep dient schriftelijk en met redenen omkleed binnen twee maanden aanhangig te worden gemaakt na ontvangst van het besluit van werkgever zoals genoemd in artikel 19 cao.
    4. De Geschillencommissie zal aan de werkgever om een schriftelijke reactie op het beroepschrift vragen. De inzendingstermijn voor deze reactie, die schriftelijk, met redenen omkleed en voorzien van alle onderliggende stukken dient te zijn, wordt door de commissie bepaald.

      De reactie van de werkgever zal ten minste bevatten:
      - een organisatieschema;
      - een overzicht van de relevante overige functies en hun indeling;
      - het betreffende functiedocument en de bijbehorende stukken uit de interne procedure.
  1. Wijze van behandeling
    1. De Geschillencommissie handelt het beroep schriftelijk af op basis van de onderliggende stukken.
    2. Komt de Geschillencommissie op basis van de onderliggende stukken vooralsnog nog niet tot een beslissing, vanwege het ontbreken van voldoende relevante informatie dan wel omdat naar haar oordeel nader onderzoek door een deskundige is vereist, dan zal zij partijen hiervan op de hoogte stellen. Het is aan partijen om te besluiten op welke wijze zij de aanvullende informatie zullen verstrekken.
  1. Uitspraak
    1. Als de uitspraak inhoudt, dat de indeling van de betreffende functie anders luidt dan de indeling door de werkgever, dan dient de ingangsdatum in het besluit te zijn opgenomen. Beslissingen, die tot gevolg hebben dat de werknemer aanspraak kan maken op een hoger salaris, werken terug tot de datum waarop de werknemer de interne procedure heeft aangespannen.
    2. Tegen de beslissing van de Geschillencommissie is geen hoger beroep mogelijk.
  1. De kosten voor behandeling van het beroep komen voor rekening van de SFA, tenzij de Geschillencommissie bepaalt dat de kosten worden doorberekend aan partijen.

 

Artikel 7
Overige bepalingen

  1. Na afloop van de behandeling van het geschil of de beroepsprocedure kunnen partijen alsnog naar de rechter gaan.
  2. De Geschillencommissie doet na ieder kalenderjaar verslag van de werkzaamheden van de commissie in het jaarverslag van de SFA.

Artikel 12 - Einde van de arbeidsovereenkomst standaardbepaling

  1. Zowel werkgever als werknemer moet een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd schriftelijk en met redenen opzeggen.
  1. Als het een opzegging om een dringende reden betreft, zoals bedoeld in artikel 7:677 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, moet die reden schriftelijk en onmiddellijk worden meegedeeld.
  1. Bij beëindiging van de overeenkomst voor bepaalde tijd geldt vanaf zes maanden een aanzegtermijn en gelden de overige voorwaarden zoals wettelijk vastgesteld.
  1. Voor werknemer met een contract voor onbepaalde tijd geldt een opzegtermijn van één maand. Daarvan kan schriftelijk worden afgeweken.
  1. Voor werkgever gelden de wettelijke opzegtermijnen:

 

  1. Opzeggen van een arbeidsovereenkomst gebeurt tegen het einde van de maand, tenzij schriftelijk anders is afgesproken.
  1. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan in principe niet tussentijds worden opgezegd, tenzij
    1. met wederzijds goedvinden
      of
    2. partijen bij het aangaan van de overeenkomst schriftelijk een tussentijds opzegbeding zijn overeengekomen. Werkgever heeft voor tussentijdse opzegging goedkeuring van het UWV Werkbedrijf nodig, werknemer niet. Er geldt dan een opzegtermijn van 1 maand, die is gelijk voor beide partijen.
  1. De regels met betrekking tot de transitievergoeding worden toegepast conform de wettelijke bepalingen

 

Artikel 13 - Einde van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijdstandaardbepaling

  1. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege op de afgesproken einddatum.
  1. Bij een dienstverband van tenminste zes maanden dat eindigt op een concrete einddatum deelt werkgeer werknemer schriftelijk het einde of de voortzetting mee uiterlijk een maand voor de einddatum.
  1. Bij de aankondiging van een voortzetting deelt werkgever mee tegen welke voorwaarden hij dat wil doen.
  1. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten met een werknemer die de beroepservaringsperiode doorloopt, eindigt na het behalen van het certificaat, indien dat binnen de looptijd van de arbeidsovereenkomst is of op einddatum van het contract, indien genoemde situatie zich niet voor het einde van de arbeidsovereenkomst voordoet.

Artikel 2.u - Definitie

u. stagiair
Een stagiair is een leerling of student, die op basis van zijn onderwijsprogramma tijdens zijn studie praktische ervaring opdoet bij een werkgever. De stagiair valt onder de bepalingen van de stageregeling voor architectenbureaus, opgenomen in bijlage 8.  De stageovereenkomst wordt ondertekend door werkgever, stagiair en onderwijsinstelling.

Bijlage 8 - Stageregeling voor architectenbureaus

        1. Werkingssfeer
          Als stagiairs, waarop de Stageregeling voor architectenbureaus van toepassing is, worden beschouwd studerenden die binnen het kader van een stageregeling een periode van praktisch werken doorbrengen op een architectenbureau.  De regeling is tevens van toepassing op buitenlandse studenten die in Nederland een stage volgen.

        2. Definities
          1. Stage
            De stage is onderdeel van het leerproces, er wordt onder didactische eindverantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling in de praktijk geleerd. De stagiaire dient als student ingeschreven te staan bij een erkend opleidingsinstituut.
          2. Stagevergoeding
            Het architectenbureau verstrekt een stagevergoeding gedurende de stageperiode. Maat voor de vergoeding is de mate waarin bedrijf en student van elkaars expertise gebruik maken, afgezet tegen de inspanningen van het architectenbureau om de afstudeeropdracht succesvol te kunnen laten afronden.
            Dat kan op drie manieren:
            Leer stage 
            De student voert binnen het architectenbureau een tevoren in het kader van het leerproces geformuleerde opdracht uit, het architectenbureau fungeert uitsluitend als praktijkomgeving. Hier is sprake van een inspanningsverplichting, maar niet van een gegarandeerd resultaat. De minimale vergoeding is de bruto vergoeding per maand als genoemd onder lid 3.
            Onderzoek stage
            De student doet op uitnodiging van het bedrijf, bijvoorbeeld als follow-up van een eerdere stage bij dat bedrijf, nader onderzoek op een bedrijfsmatig relevant onderwerp. De geadviseerde vergoeding is daarbij is de bruto vergoeding per maand als genoemd onder lid 3.
            Afstudeer stage
            Het architectenbureau als stagebieder nodigt de onderwijsinstelling uit een afstudeeropdracht te laten uitvoeren waarbij een bedrijfsmatig onderwerp centraal staat, hiervoor kunnen ook meerdere studenten worden uitgenodigd. Er wordt daarvoor tussen bedrijf en opleiding een prestatiecontract gesloten, de vergoeding van de student(en) is afhankelijk van hun feitelijke verrichtingen en wordt in het contract geregeld en kan afwijken van de vergoeding als genoemd onder 3. De vergoeding kan ook nihil zijn.

        3. Vergoeding
          De stagiair ontvangt uitsluitend een tegemoetkoming in de extra kosten voortvloeiend uit de stage.
          Stagiairs hebben geen arbeidsovereenkomst in de zin van het Burgerlijk Wetboek, fiscaal gezien geldt voor hen echter een fictief dienstverband.  Voor MBO stagiairs een vergoeding geadviseerd van bruto € 400,- per maand, respectievelijk bruto € 92,31 per week en voor HBO en WO stagiairs is € 550,- bruto per maand, respectievelijk € 126,92 bruto per week; het architectenbureaus als stagebieder is hierover inhoudingsplichtig.
          Voor studenten uit het buitenland die hun stage in Nederland lopen kunnen afwijkende regels gelden met betrekking tot hun fiscale positie en sociale verzekeringen. Studenten uit niet-EU landen dienen over “COSPA Stageovereenkomst” te beschikken. Hierin is aansprakelijkheid en ongevallenverzekering geregeld. Dit document dient aanwezig te zijn in de administratie van het architectenbureau als stagebiedende bedrijf t.b.v. de arbeidsinspectie. www.nuffic.nl. 

        4. Reiskostenvergoeding
          In het geval dat de stagiair met instemming van het architectenbureau regelmatig naar de plaats van de stage op en neer reist kunnen de daarvoor gemaakte reiskosten volgens de bij de het architectenbureau geldende regeling worden vergoed. Deze vergoeding door het architectenbureau geldt niet wanneer een andere regeling daarin reeds voorziet. Studenten die niet over een OV jaarkaart beschikken, waaronder buitenlandse studenten, zullen minimaal een reiskostenvergoeding krijgen conform gebruik in het architectenbureau.

        5. Loonheffing en cao
          1. Loonheffing
            De stagebieder dient over de vergoedingen een loonheffing toe te passen. Omdat de stagiair zelf in het algemeen beneden de heffingsvrije voet blijft kan de daardoor onverschuldigd betaalde loonheffing via een belastingaangifte worden teruggevorderd.   
          2. Cao
            Stagiairs nemen niet deel aan cao-regelingen voor werknemers bij architectenbureaus. De stagiair ontvangt geen vakantietoeslag en bouwt ook geen vakantierechten en vakantiedagen op.

        6. Stagiairs en sociale verzekeringsplicht en pensioen
          1. Premieheffing SV
            Over het deel van de onkostenvergoeding die als premieplichtig loon Sociale Verzekeringen wordt aangemerkt is premie Zorgverzekeringswet verschuldigd. Er is geen WW- en WIA-premie verschuldigd.
          2. WW en WIA
            Stagiairs zijn niet verplicht verzekerd voor de WW en de WIA. In geval van arbeidsongeschiktheid kunnen zij een beroep doen op de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
          3. Zorgverzekeringswet
            Voor ziektekosten is de stagiair verplicht zelfstandig verzekerde voor de Zvw. De stagiair moet zich wel zelf inschrijven bij een zorgverzekeraar. De stagebieder neemt in de loonstaat de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw op. Naast die premie kent de Zvw een nominale premie. Dat is een vast bedrag per maand dat de stagiair zelf aan de zorgverzekeraar moet betalen. Beneden de 18 jaar is geen nominale premie verschuldigd.

        7. Aansprakelijkheid bij ongevallen
          1. Stagebieder
            Iedere werkgever is aansprakelijk te stellen voor bedrijfsongevallen, hiervoor is de stagebieder veelal verzekerd. Voor stagiairs gelden identieke eisen als voor overige werknemers, Arbowet, art.1, lid 2.
          2. Stagiair
            Stagiairs dienen zelf na te gaan of er voor hem/ haar door stagebieder en/ of onderwijsinstelling een ongevallenverzekering is afgesloten. Aanbevolen wordt dat de stagiair als particulier zelf een WA-verzekering afsluit; opname in een gezinspolis is doorgaans niet meer afdoende als de stagiair 18 jaar of ouder is.

        8. Arbeidsomstandigheden
          Stagebieder
          Op basis van de Arbeidsomstandighedenwet art. 1 lid 2 wordt de stagebieder gezien als werkgever. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder:
          - werkgever: degene die zonder werkgever of werknemer in de zin van het eerste lid te zijn, een ander onder zijn gezag arbeid doet verrichten;
          - werknemer: de ander, bedoeld onder a, met uitzondering van degene die als vrijwilliger arbeid verricht.

        9. Kwaliteitsborging stage
          De stagebieder stelt de stagiair in de gelegenheid de opleidingsdoelen te realiseren.

        10. Verlof
          De stagiair geniet vrijaf met behoud van vergoeding: tijdens in Nederland algemeen erkende feestdagen. Zonder behoud van vergoeding: bij sluiting van het bedrijf wegens bedrijfsvakantie en door het bedrijf vastgestelde roostervrije dagen. Bedrijfsvakantie, roostervrije dagen en verletdagen gelden niet als stagetijd, tenzij in het kader van de stage vervangende activiteiten voorhanden zijn.
          Buitengewoon en ander verlof dient door de stagiair te worden geregeld in overleg met het stagebiedende architectenbureau en (indien gebruikelijk) met de stagecoördinator.

        11. Aanvullende afspraken
          In de stageovereenkomst, die wordt getekend door de het architectenbureau als stagebieder, de onderwijsinstelling en de stagiair kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt omtrent omgang met vertrouwelijke bedrijfsgegevens en voortijdige beëindiging van de stage.

      De stageregeling voor architectenbureaus is vastgesteld op 1 maart 2019 door BNA, FNV Bouwen en Wonen,  CNV Vakmensen en De Unie.

       

Artikel 18 - De opdrachtovereenkomst standaardbepaling

  1. Architectenbureaus (werkgevers) zijn met betrekking tot opdrachtovereenkomsten te beschouwen als opdrachtgever.
  1. Architectenbureaus hanteren voor overeenkomsten van opdracht de algemene modelovereenkomst/geen werkgeversgezag voor architectenbureaus zoals goedgekeurd door de belastingdienst.
  1. Er is ook sprake van een opdrachtovereenkomst indien opdrachtnemer, als natuurlijk persoon een uurloon in rekening brengt van tenminste 150% van het bruto uurloon dat geldt voor werknemers voor vergelijkbare werkzaamheden in vergelijkbare omstandigheden. Indien minder wordt betaald ontstaat een rechtsvermoeden van werknemerschap. Dan kunnen opdrachtgever en/of opdrachtnemer  daar melding van doen bij de geschillencommissie. Die behandelt deze melding conform de reguliere geschillenprocedure zoals opgenomen in bijlage 6.