CAO

Artikel 5

  1. Zowel werkgever als werknemer moet een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd schriftelijk en met redenen opzeggen.
  1. Als het een opzegging om een dringende reden betreft, zoals bedoeld in artikel 7:677 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, moet die reden schriftelijk en onmiddellijk worden meegedeeld.
  1. Bij beëindiging van de overeenkomst voor bepaalde tijd geldt vanaf zes maanden een aanzegtermijn en gelden de overige voorwaarden zoals wettelijk vastgesteld.
  1. Voor werknemer met een contract voor onbepaalde tijd geldt een opzegtermijn van één maand. Daarvan kan schriftelijk worden afgeweken.
  1. Voor werkgever gelden de wettelijke opzegtermijnen:

Duur arbeidsovereenkomst

Lengte opzegtermijn

Korter dan vijf jaar

1 maand

Vijf jaar of langer, maar korter dan 10 jaar

2 maanden

Tien jaar of langer, maar korter dan 15 jaar

3 maanden

15 jaar of langer

4 maanden

 

  1. Opzeggen van een arbeidsovereenkomst gebeurt tegen het einde van de maand, tenzij schriftelijk anders is afgesproken.
  1. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan in principe niet tussentijds worden opgezegd, tenzij
    1. met wederzijds goedvinden
      of
    2. partijen bij het aangaan van de overeenkomst schriftelijk een tussentijds opzegbeding zijn overeengekomen. Werkgever heeft voor tussentijdse opzegging goedkeuring van het UWV Werkbedrijf nodig, werknemer niet. Er geldt dan een opzegtermijn van 1 maand, die is gelijk voor beide partijen.
  1. De regels met betrekking tot de transitievergoeding worden toegepast conform de wettelijke bepalingen