CAO

Bijlage 2

Werkenden moeten in alle fasen van hun werkzaam leven werk kunnen doen dat aansluit op hun capaciteiten en ambities en ook op de mogelijkheden die werkgevers bieden.

Studiekosten artikel 21 cao
In de jaarlijkse gesprekken over het functioneren van werknemer, de gesprekscyclus (cao artikel 2 lid h en i en bijlage 1) maken werknemer en werkgever ook afspraken over scholing en opleiding. Zij bespreken ook de inzetmogelijkheden van de ontwikkelvoucher. Daaruit kan een combi- natie van doelen en middelen voortvloeien. In de gesprekscyclus inventariseren werknemer en werkgever de wensen en mogelijkheden. Afspraken over doelen en besteding worden schriftelijk vastgelegd.

Die afspraken hebben betrekking op het verwerven van kennis en/of vaardigheden en houden rekening met de persoonlijke ontwikkeling van werknemer. Bijvoorbeeld in relatie tot scholing en opleiding van belang voor de huidige functie of voor een andere – geambieerde – functie binnen het bureau. De financiële bijdrage die werkgever volgens deze cao ten minste doet (het mag namelijk altijd meer zijn, want het is een minimumbepaling), wordt hoger naarmate een studie duidelijker is gericht op het huidig functioneren van werknemer binnen zijn functie en het daartoe bijblijven op zijn vakgebied.

Ontwikkelvoucher artikel 22 cao
Werknemer kan de uren uit zijn ontwikkelvoucher inzetten voor beroepsgerichte opleiding of ontwikkeling.

Functiegericht
Er zijn twee categorieën van studiekosten en vergoeding.

Categorie I
Studies gericht op de huidige functie en het huidig functioneren van werknemer en op het bijblijven in het vakgebied. De kosten daarvan worden 100% vergoed door werkgever. Als de studie in werktijd plaats vindt (les of college) worden de uren als werktijd beschouwd.

Categorie II
Studies in het kader van loopbaanontwikkeling/carrière van werknemer met name zinvol voor hem in het kader van zijn duurzame ontwikkeling. hier voor geldt dat 25-50% van kosten door werkgever wordt vergoed.
De mogelijkheden van de ontwikkelvoucher kunnen hiervoor worden gebruikt.

Toelichting: Er is een verband tussen de hoogte van de vergoeding door werkgever en de relatie met het bureau al naar gelang de keuze dichter bij het huidig functioneren of in afspraak tussen werkgever en werknemer op het functioneren in de komende tijd op het bureau. Het zijn minimumbepalingen.

Beroepservaringperiode
De kosten die gemoeid zijn met het doorlopen van de beroepservaringperiode door afgestudeerden aan een technische universiteit worden in redelijkheid verdeeld tussen werkgever en werknemer.

Het begrip studiekosten in Categorie I
Hieronder wordt verstaan:

  • cursus-, les- of schoolgelden met inbegrip van inschrijf- en excursiekosten;
  • reiskosten;
  • kosten voor deelneming aan examens;
  • kosten voor voorgeschreven boeken en studiemateriaal;
  • kosten tengevolge van de doorbetaling van het salaris gedurende de afwezigheid.

Verzoek om studiebijdrage

  1. Functiegericht
    Een verzoek van werknemer om een tegemoetkoming in de studie- kosten wordt onderbouwd en bij voorkeur ingediend minimaal 3 maanden voorafgaand aan de start van de studie. het verzoek bevat relevante informatie over bedoelde opleiding, waaronder opleidingstijd/duur, en -kosten. Zowel werknemer als werkgever kunnen het initiatief nemen voor een studiedoel voor werknemer.

  2. Beroepsgericht
    Naast de functiegerichte mogelijkheden bestaan beroepsgerichte studies, opleidingen en voorzieningen. het zwaartepunt van kosten en tijd voor die doelen ligt bij de werknemer, tenzij in overleg met werkgever anders wordt besloten. De mogelijkheden van de ontwikkelvoucher worden bij voorkeur het eerst gebruikt. Daar waar het onderscheid tussen functie- en beroepsgerichte opleiding lastig is, treden werkgever en werknemer met elkaar in overleg.