CAO

Artikel 3

  1. Werkgever en werknemer ondertekenen bij indiensttreding een schriftelijke arbeidsovereenkomst waarin de gemaakte afspraken worden vastgelegd. De arbeidsovereenkomst bevat in ieder geval:
    a. de naam en woonplaats van werkgever en werknemer;
    b. de datum van indiensttreding;
    c. de duur van de arbeidsovereenkomst als deze voor bepaalde tijd is;
    d. de plaats(en) (van) waar(-uit) werknemer werkt;
    e. de functie, de functiefamilie en het functieniveau;
    f. het bruto maandsalaris;
    g. de geldende arbeidsduur per week;
    h. dat de cao van toepassing is op de arbeidsovereenkomst.
  1. Een proeftijd moet schriftelijk worden afgesproken en geldt voor beide partijen.