CAO

Cao staat voor collectieve arbeidsovereenkomst. De cao voor architectenbureaus bevat afspraken over arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers in de sector, aanvullend op of afwijkend van wetgeving. Zo is door de cao het aantal vakantie-uren groter dan het wettelijk aantal uren. Er is ook een hoger aantal tijdelijke contracten mogelijk voor werknemers die de beroepservaringsperiode doorlopen.

Een cao is een totaalpakket, alle afspraken gelden. Het doel van de cao is een gelijk speelveld tussen en binnen bureaus, gelijk loon voor gelijk(waardig) werk.

De cao 2019-2020 is algemeen verbindend verklaard, gepubliceerd in de Staatscourant en geldig tot en met 28 februari 2021.

De partijen die de cao afsluiten zijn branchevereniging BNA namens de werkgevers en de vakbonden FNV Bouwen en Wonen, CNV Vakmensen en De Unie namens de werknemers.

SFA ondersteunt de cao-partijen en geeft informatie over de toepassing ook via de helpdesk.

De cao geldt voor werknemers van architectenbureaus.
Als cao-partijen een akkoord hebben bereikt voor een nieuwe periode wordt dit door cao-partijen en SFA gecommuniceerd. Vanaf het cao-akkoord gelden de nieuwe afspraken voor:

  • de leden van de cao-partijen dus voor alle BNA-bureaus;
  • voor bureaus/werknemers waar de cao van toepassing is verklaard in de arbeidsovereenkomst;
  • voor bureaus uit verwante sectoren die de cao voor architectenbureaus vrijwillig volgen.

De cao wordt na het akkoord aangemeld bij het ministerie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voor het verkrijgen van de zogeheten algemeen verbindend verklaring (afgekort AVV). Na het verkrijgen van de AVV geldt de cao voor álle architectenbureaus / bureaus die architectenwerkzaamheden uitvoeren, dus ook voor niet-BNA leden.

Cao-afspraken kunnen op drie manieren in artikelen worden vastgelegd, dit staat per cao-artikel aangegeven: 

  • in een standaardbepaling: artikel geldt altijd en je mag niet ervan afwijken (artikel 2 sub v)
  • in een minimumbepaling: meer mag, minder niet (artikel 2 sub p)
  • in een keuzebepaling: is optioneel, dat kan een werkgever met de medezeggenschap afspreken (artikel 2 sub n).

In artikel 2 vind je alle definities van begrippen die in de cao voorkomen.

Een aantal cao-artikelen eist de inspraak van het personeel. De vorm is – afhankelijk van de bureaugrootte – een personeels- of bureauvergadering, personeelvertegenwoordiging (PVT) of ondernemingsraad (OR). 

Binnen die vormen is de bureau-intermediair contactpersoon van en naar de werkgever. Als er geen organisatievorm is, is de bureau-intermediair het aanspreekpunt voor collega’s en werkgever.

De cao geldt, tenzij… In bepaalde omschreven omstandigheden kan op onderdelen worden afgeweken van de bepalingen in de cao. 

Bij tegenvallende bedrijfseconomische omstandigheden kan om collectief geen loonstijging / prijscompensatie of periodieke verhoging worden toegekend. Zie de omschreven voorwaarden en procedure.

Ook zijn er mogelijke individuele afwijkingen als toepassing van een (nieuw) artikel leidt tot onredelijkheid of onrechtvaardigheid. 

De huidige cao loopt tot 1 maart 2021. Voor leden van de cao-partijen geldt na deze datum een stilzwijgende verlenging voor een jaar. Van loonstijgingen is pas dan sprake als cao-partijen het daar over eens zijn geworden. 

Bij bureaus die op grond van de AVV onder de cao vallen en waarbij de cao niet in de individuele arbeidsovereenkomsten is opgenomen worden de bestaande afspraken bevroren (in afwachting van de volgende AVV). 

Voor alle situaties geldt dat verkregen individuele rechten gehandhaafd blijven.

SFA geeft informatie over de toepassing van de cao. De online helpdesk geeft antwoord op veelgestelde vragen en biedt een overzicht van tools/modellen en voorbeelden. Ook is er kostenloos een persoonlijke helpdesk (mail of telefoon) beschikbaar voor werkgevers en werknemers van architectenbureaus en bureaus (en medewerkers) die zich vrijwillig hebben aangesloten.  

Een geschil tussen een werkgever en werknemer over de toepassing van de cao kan worden voorgelegd aan de geschillencommissie. 
SFA verzorgt hiervoor het secretariaat. 
Architectenbureaus betalen een bedrag voor de diensten van SFA, in 2019 € 53,- per medewerker. De facturatie vindt plaats via de uitvoerder van het Pensioenfonds voor medewerkers van Architectenbureaus (dat is APG).

Cao-partijen maken bij het opstellen van een cao ook met elkaar afspraken, dat zijn protocolafspraken, bedoeld om bepaalde onderwerpen te verkennen of te verdiepen. Deze protocollen gelden daarom niet voor werkgevers en werknemers.

Artikel 1 - Toepassingsgebied standaardbepaling

De bepalingen van deze cao zijn van toepassing op alle werknemers in dienst van architectenbureaus.

Artikel 2a en b - Definities 2a en btoepassingsgebied

In deze cao wordt verstaan onder:

  1. architectenbureau
    Een architectenbureau verricht architectenwerkzaamheden.

  2. architectenwerkzaamheden
    1. Het ontwerpen van gebouwen of van vernieuwingen, veranderingen, uitbreidingen of restauraties van gebouwen in de ruimste zin des woords.
      en/of

    2. Het in een juridische en/of organisatorische constructie met de onder 1 genoemde werkzaamheden uitsluitend of in overwegende mate verrichten van een of meerdere van de volgende activiteiten:
      - het maken van het bestek;
      - het maken van bouwvoorbereidingstekeningen;
      - het maken van de begroting;
      - het verrichten van werkzaamheden die voortvloeien uit het uitvoeringscontract;
      - het maken van uitvoeringstekeningen;
      - het voeren van de directie en projectmanagement;
      - het verrichten van de oplevering;
      - het verrichten van (voor-)onderzoek, planvorming en gebiedsontwikkeling;
      - het maken van onderhouds- en beheersplannen;
      - het geven van architectonisch/bouwkundig advies;
      - het verrichten van andere werkzaamheden in samenhang met de hier voor onder 1 en 2 genoemde werkzaamheden.

Artikel 2 - Definities standaardbepaling

In deze cao wordt verstaan onder:

  1. architectenbureau
    Een architectenbureau verricht architectenwerkzaamheden.

  2. architectenwerkzaamheden
    1. Het ontwerpen van gebouwen of van vernieuwingen, veranderingen, uitbreidingen of restauraties van gebouwen in de ruimste zin des woords.
      en/of

    2. Het in een juridische en/of organisatorische constructie met de onder 1 genoemde werkzaamheden uitsluitend of in overwegende mate verrichten van een of meerdere van de volgende activiteiten:
      - het maken van het bestek;
      - het maken van bouwvoorbereidingstekeningen;
      - het maken van de begroting;
      - het verrichten van werkzaamheden die voortvloeien uit het uitvoeringscontract;
      - het maken van uitvoeringstekeningen;
      - het voeren van de directie en projectmanagement;
      - het verrichten van de oplevering;
      - het verrichten van (voor-)onderzoek. Planvorming en gebiedsontwikkeling;
      - het maken van onderhouds- en beheersplannen;
      - het geven van architectonisch/bouwkundig advies;
      - het verrichten van andere werkzaamheden in samenhang met de hier voor onder 1 en 2 genoemde werkzaamheden.

  3. beroepservaringperiode
    De tweejarige beroepservaringperiode zoals bedoeld in de Wet op de Architectentitel en uitgewerkt in de Regeling Beroepservaringperiode.

  4. buitenwerkingstelling ketenbepaling
    De bepalingen van de wet Werk en Zekerheid inzake de overgang van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd naar die van onbepaalde tijd zijn voor speciale doelgroepen genoemd in de cao zijn niet van toepassing.

  5. bijlage
    Elke bijlage Is een integraal onderdeel van de cao waarin artikelen en/of onderwerpen uit de cao nader worden uitgewerkt.

  6. bureau-intermediair
    Vertegenwoordigt werknemers op het architectenbureau als er geen medezeggenschap is gekozen in de vorm van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Als dat wel het geval is maakt de bureau-intermediair deel uit van de medezeggenschap. De bureau-intermediair wordt door de collega’s gekozen.

  7. feestdagen
    De feestdagen waarvoor salarisdoorbetaling geldt: Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, Eerste en Tweede Kerstdag, Koningsdag, 5 mei in lustrumjaren (2020, 2025 e.v.).

  8. functiejaar
    Het jaar (de twaalfmaandsperiode) dat werknemer werkzaam is geweest in de salarisgroep waarin hij is ingedeeld.

  9. gesprekscyclus
    Jaarlijks terugkerende functionerings- en/of beoordelingsgesprekken tussen werkgever en werknemer waarin aandacht wordt besteed aan de invulling van en afspraken over de persoonlijke ontwikkeling, opleiding en scholing van werknemer in relatie tot werk en loopbaan.

  10. goed werkgever- en werknemerschap
    Werkgever en werknemer gedragen zich als een goed werkgever en goed werknemer zoals bedoeld in het Burgerlijk Wetboek artikel 7:611 en zoals opgenomen in de BNA-gedragscode Verantwoordelijkheid, Integriteit en Professionaliteit (VIP).

  11. functie-indeling architectenbureaus
    De functie-indeling is een ijkpunt om functies te beschrijven en in te schalen. Het geheel vormt een samenhangend 'functiebouwwerk' en is onderdeel van de cao. De bijbehorende salarisschalen staan in de cao.

  12. inzetbaarheidskosten
    Met de transitievergoeding verrekenbare kosten die verband houden met de bevordering van de bredere inzetbaarheid van de werknemer die tijdens de arbeidsovereenkomst zijn gemaakt.

  13. jaaruren(systematiek)
    De in de arbeidsovereenkomst vastgelegde uren berekend over een kalenderjaar (of in de contractsperiode indien korter dan een kalenderjaar).
    Het doel van de jaarurensystematiek is het mogelijk maken van een flexibeler inzet van de arbeidsuren van de medewerker zodat over het jaar gezien soms langer en soms korter wordt gewerkt.

  14. keuzebepaling
    Bepaling die het mogelijk maakt voor werkgever en werknemers vakantie collectief vast te stellen en verlofdagen collectief op te nemen.

  15. medezeggenschap
    De mogelijkheid voor werknemers om invloed uit te oefenen op beslissingen van werkgever inzake arbeidsomstandigheden, arbeidsrelaties en de organisatie zoals nader uitgewerkt in bijlage 3 van deze cao.

  16. minimumbepaling
    Van een minimumbepaling kan niet ten nadele van werknemer worden afgeweken.

  17. opdrachtnemer in de zin van deze cao
    Een natuurlijke persoon die voor eigen rekening en risico werkzaamheden verricht voor een architectenbureau op basis van een tarief dat tenminste 150% van het bruto-uurloon bedraagt voor in vergelijkbare omstandigheden te verrichten werkzaamheden van werknemers die in functie, kennis en ervaring vergelijkbaar zijn met opdrachtnemer.

  18. overwerk
    Arbeid die werknemer verricht op verzoek van en in afstemming met werkgever boven de arbeidsduur die in zijn arbeidsovereenkomst is vastgesteld.

  19. periodiek
    Een stap of trede binnen een salarisschaal.

  20. spiegelbepaling
    Een bepaling over het verstrekken van een vergelijkbare beloning aan een opdrachtnemer voor met een werknemer vergelijkbare werkzaamheden in vergelijkbare omstandigheden.

  21. stagiair
    Een stagiair is een leerling of student, die op basis van zijn onderwijsprogramma tijdens zijn studie praktische ervaring opdoet bij een werkgever. De stagiair valt onder de bepalingen van de stageregeling voor architectenbureaus, opgenomen in bijlage 8.  De stageovereenkomst wordt ondertekend door werkgever, stagiair en onderwijsinstelling.

  22. standaardbepaling
    Van toepassing op werkgever en werknemers. Afwijking hiervan is niet toegestaan.

  23. transitiekosten
    Kosten van maatregelen in verband met het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, gericht op het voorkomen van werkloosheid of het bekorten van de periode van werkloosheid van de werknemer.

  24. transitievergoeding
    Een ontslagvergoeding waar een werknemer wettelijk recht op heeft bij ontslag via UWV, kantonrechter of een aflopend dienstverband.

  25. werkgever
    Het architectenbureau dat met werknemer een arbeidsovereenkomst heeft afgesloten.

  26. werknemer
    Degene die in dienst van het architectenbureau werkzaamheden verricht.

 

 

 

Artikel 2 v, p en n - Definities t, p en n

v. standaardbepaling
Van toepassing op werkgever en werknemers. Afwijking hier van is niet toegestaan.

p. minimumbepaling
Van een minimumbepaling kan niet ten nadele van werknemer worden afgeweken.

n. keuzebepaling
Bepaling die het mogelijk maakt voor werkgever en werknemers vakantie collectief vast te stellen en verlofdagen collectief op te nemen.

Bijlage 3 - Medezeggenschap

Met medezeggenschap wordt in de cao vooral bedoeld het in gesprek gaan en blijven van werkgever en werknemers over personeelsbeleid en het bureaubeleid waar dat het personeelsbeleid raakt. Elkaar informeren en scherp houden vanuit volwaardigheid, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheden.

Bijna 90% van de architectenbureaus heeft 1 tot 5 medewerkers, het overgrote deel van de bureaus is klein. Wat betekent medezeggenschap dan in een omgeving waarin werkgever en werknemers elkaar dagelijks aan tafel treffen en in principe alles wat aan werkzaamheden passeert, zichtbaar is dan wel tot in detail wordt besproken? Wordt het meepraten dan al niet gewoon ingevuld? De praktijk toont het verschil aan tussen communicatie over projecten en individuele wensen en verlangens op gebied van personeelsbeleid, opleiding, ontwikkeling en andere minder projectgerelateerde onderwerpen. Het is goed voor zulke onderwerpen een benoemde omgangsvorm te kiezen, helderheid aan te brengen over het verschil in rol op zulke momenten.

In artikel 2 lid f van de cao wordt de bureau-intermediair genoemd en omschreven. Nuttig om juist inzake het meepraten iemand het vertrouwen te geven om met en namens de collega’s dit onderwerp te volgen en te bewaken.

Ook nuttig om – indien van toepassing – werkgever te informeren over zaken die spelen in de beleving van zijn collega’s, soms gevoelig, soms gewoon praktisch. Omgekeerd heeft werkgever een vast contact met wie ook voor deze onderwerpen continuïteit kan worden opgebouwd.

Als de medezeggenschap bestaat uit een personeelsvertegenwoordiging (10 tot 50 medewerkers) of een ondernemingsraad (vanaf 50 medewerkers), is de voorzitter tevens bureau-intermediair.

 

Regels voor het organiseren van de medezeggenschap
Voor het organiseren van de medezeggenschap zijn in deze bijlage regels vastgelegd in aanvulling op de geldende wettelijke regels. Dat geldt voor alle architectenbureaus, ongeacht de personeelsomvang.

De vorm van de medezeggenschap en daarmee ook de regels die gelden zijn verschillend, afhankelijk van het aantal werknemers van het bureau.
Voor bureaus tot 10 werknemers is er de personeelsvergadering. Vanaf 10 tot 50 werknemers geldt de personeelsvertegenwoordiging en voor bureaus met 50 of meer werknemers is een ondernemingsraad wettelijk verplicht.

 

1  De bureau-intermediair

  1. Een architectenbureau met medewerkers heeft een bureau-intermediair. Die werknemer is namens zijn collega’s contactpersoon met de werkgever.
  2. Werkgever en de bureau-intermediair spreken met elkaar af hoeveel tijd er in redelijkheid aan de invulling van deze rol kan worden besteed en wat zijn rol voor het bureau inhoudt.
  3. Het enkele feit dat werknemer bureau-intermediair is, kan geen reden zijn voor ontslag.
  4. Profiel bureau-intermediair:
    • De bureau-intermediair voelt zich betrokken bij het optimaal functioneren van de collega’s, het architectenbureau en de toekomst daarvan.
    • Is het aanspreekpunt voor werkgever en werknemers voor het personeelsbeleid, met name daar waar het de cao betreft en in het verlengde daar van het bureaubeleid.
    • Houdt werkgever en collega’s op de hoogte van de relevante informatie die in die rol wordt verzameld.
    • De bureau-intermediair wordt gekozen uit en door het voltallige personeel. De verkiezing is vormvrij. Als er een personeelsvertegenwoordiging of ondernemingsraad is, is de voorzitter tevens bureau-intermediair.

 

2  De personeelsvergadering
Architectenbureaus met 1 tot 10 medewerkers hebben een personeelsvergadering. Alle werknemers maken hier deel van uit.

  1. Medezeggenschap vindt plaats middels de personeelsvergadering en de bureau-intermediair, die deel uitmaakt van de personeelsvergadering.
  2. De personeelsvergadering is vormvrij.
  3. Werkgever en de personeelsvergadering komen minimaal twee keer per jaar bij elkaar. Deze bijeenkomst wordt ook gehouden als de bureau-intermediair of minstens 10% van het personeel daarom verzoekt.
  4. In de personeelsvergadering worden onderwerpen besproken die werkgever of de werknemers van belang vinden voor het bureau. Iedere deelnemer aan de vergadering kan onderwerpen aan de orde stellen. De bureau-intermediair kan namens de collega’s voorstellen doen en standpunten kenbaar maken ten aanzien van personeelsbeleid.
  5. Jaarlijks worden in ten minste één personeelsvergadering de algemene zaken van het bureau besproken. De werkgever geeft informatie over de werkzaamheden en resultaten van het afgelopen jaar en de verwachtingen voor het komend jaar.
  6. Als werkgever een besluit wil nemen dat kan leiden tot verlies van arbeidsplaatsen of tot een belangrijke verandering van arbeid, arbeidsvoorwaarden of arbeidsomstandigheden van tenminste 25% van het personeel, worden werknemers in een personeelsvergadering in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. Dit advies moet in een vroegtijdig stadium worden gevraagd, zodat het nog van invloed kan zijn op de besluitvorming.
  7. De hiervoor genoemde verplichtingen voor werkgever gelden niet ten aanzien van werknemers die nog geen zes maanden in dienst zijn.

 

3  De personeelsvertegenwoordiging
Architectenbureaus met 10 tot 50 medewerkers hebben een personeelsvertegenwoordiging (pvt). Medezeggenschap wordt vormgegeven door middel van de personeelsvertegenwoordiging. Voor de personeelsvertegenwoordiging gelden de regels zoals opgenomen in de Wet op de ondernemingsraden.

 

4  De ondernemingsraad
Architectenbureau met 50 of meer medewerkers hebben conform wettelijke bepalingen een ondernemingsraad. Medezeggenschap wordt vormgegeven met een ondernemingsraad. Voor de ondernemingsraad gelden de regels zoals opgenomen in de Wet op de ondernemingsraden.

 

Artikel 4 - (Het voorkomen van) personeelsinkrimping als gevolg van bedrijfseconomische omstandigheden minimumbepaling

  1. Werkgever kan als gevolg van bedrijfseconomische omstandigheden tijdelijk afzien van een loonstijging, zoals genoemd in artikel 21:
    1. als het niet toekennen van de in de cao opgenomen loonstijging voor alle werknemers geldt. De maatregel is bedoeld om verlies van arbeidsplaatsen zoveel mogelijk te voorkomen en moet worden aanvaard door 4/5 deel van de werknemers die er door worden getroffen.
    2. De medezeggenschap moet met dat besluit schriftelijk instemmen.
    3. Werkgever moet ver volgens - onder overlegging van die instemming - schriftelijk dispensatie vragen aan cao-partijen van de verplichting tot het betalen van de desbetreffende loonstijging, alvorens de maatregel kan worden ingevoerd. Het dispensatieverzoek wordt inhoudelijk onderbouwd ingediend bij Stichting Fonds Architectenbureaus conform het gestelde in bijlage 5 van deze cao.
    4. Per loonstijging zoals genoemd in artikel 21 van deze cao dient een schriftelijk verzoek om dispensatie ingediend te worden conform het in dit artikellid gestelde.
    5. De dispensatie wordt voor maximaal 12 maanden verleend na toekenning dispensatie.
  1. Als binnen een kwartaal ten minste 10% van de arbeidsplaatsen binnen een bureau verdwijnt of dreigt te verdwijnen als gevolg van werkvermindering, informeert werkgever vooraf de medezeggenschap.

Artikel 5 - Algemene ontheffingsbepalingstandaardbepaling

Wanneer strikte toepassing van de bepalingen van deze cao leidt tot onbillijkheden van doorslaggevende aard, zijn cao-partijen bevoegd om desgevraagd ontheffing te verlenen van een of meer van deze bepalingen. Een verzoek hiertoe moet worden ingediend bij de SFA, zie bijlage 5.

Artikel 6 - Hardheidsclausulestandaardbepaling

  1. Een werknemer die voor de overgang naar deze cao viel onder de werking van de cao voor personeel in dienst van architectenbureaus (2017/2019) en de overgang naar de huidige cao als een dusdanige verslechtering in de arbeidsvoorwaarden ervaart, dat deze als kennelijk onredelijk moet worden beschouwd kan zich wenden tot cao-partijen met het verzoek zich over die kwestie uit te spreken. Een verzoek hiertoe moet worden ingediend bij SFA.
  1. Een werkgever die voor de overgang naar deze cao viel onder de werking van de cao voor personeel in dienst van architectenbureaus (2017/2019) en de overgang naar de huidige cao als een dusdanige verslechtering in de arbeidsvoorwaarden ervaart, dat deze als kennelijk onredelijk moet worden beschouwd kan zich wenden tot cao-partijen met het verzoek zich over die kwestie uit te spreken. Een verzoek wordt ingediend bij SFA.

Bijlage 5 - Stichting Fonds Architectenbureaus (SFA)uitwerking van artikel 8

Arbeidsvoorwaarden, -omstandigheden en -markt
Stichting Fonds Architectenbureaus (verder te noemen de SFA) heeft tot doel activiteiten te ondersteunen die gericht zijn op het informeren over en verbeteren en vernieuwen van arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en de arbeidsmarkt in de branche, gericht op het - in sociaaleconomisch opzicht - optimaal functioneren van architecten- bureaus.

Paritair bestuurd
SFA is een paritaire organisatie. Partijen bij deze cao zijn gelijkelijk vertegenwoordigd in het bestuur van de SFA. 50% van de bestuursleden is benoemd namens BNA, 50% namens de vakorganisaties.

Secretariaat
SFA voert het secretariaat voor cao-partijen voor cao-aangelegenheden en de Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus.

Aanspreekpunt voor werkgevers en werknemers in de branche
SFA fungeert namens cao-partijen als vraagbaak voor werkgever en werknemer voor de uitleg en interpretatie van de cao. Zij kunnen individueel of gezamenlijk de SFA advies vragen. SFA onderzoekt, informeert en geeft ondersteuning bij vragen over arbeidsvoorwaarden in brede zin en werken en arbeidsomstandigheden in de branche.

Toelichting dispensatieverzoek als genoemd in artikel 4 cao
Het dispensatieverzoek wordt door werkgever schriftelijk of per mail ingediend. 
Cao-partijen toetsen in ieder geval of

  1. de redenen waarom ontheffing wordt aangevraagd voldoende gegrond zijn;
  2. de arbeidsvoorwaarden voor de werknemers voldoende gewaarborgd zijn;
  3. de door de werkgever voorgestelde arbeidsvoorwaardenregeling(en) niet in strijd is (zijn) met wettelijke bepalingen.

Werkgever ontvangt binnen drie dagen een bevestiging van ontvangst door SFA. Indien naar de bevinding van cao-partijen de informatie niet voldoende is om een gefundeerd antwoord te geven op het dispensatieverzoek, wordt werkgever verzocht aanvullende informatie te verstrekken. Die informatie dient binnen tien werkdagen in het bezit te zijn van SFA. Cao-partijen doen binnen vier weken na ontvangst van het ingediende dispensatieverzoek (indien van toepassing na ontvangst van de gevraagde aanvullende informatie) schriftelijk uitspraak. De schriftelijke bevestiging van de uitspraak wordt gegeven onder vermelding van de overwegingen die tot de uitspraak hebben geleid.

Cao-partijen beoordelen – naast de formele criteria genoemd in de eerste alinea - een dispensatieverzoek in redelijkheid (marginale toetsing). Daarbij staat centraal of werkgever - gelet op de daarbij betrokken belangen - het besluit zorgvuldig heeft genomen. Cao-partijen beoordelen niet de inhoud van het voorgenomen besluit zelf, maar kijken of het op het op een zorgvuldige manier tot stand is gekomen, conform het gestelde in artikel 4. Daarmee treedt ze niet in de bevoegdheid van werkgever. Werkgever blijft zelf voor de inhoud van het besluit verantwoordelijk en behoudt daarmee zijn beleidsvrijheid. Indien volgens cao-partijen niet is voldaan aan het gestelde in artikel 4 kunnen zij het dispensatieverzoek afwijzen. Het is belangrijk dat werkgever en medezeggenschap de relevante informatie ter onderbouwing van het dispensatieverzoek, met inbegrip van de economische omstandigheden goed met elkaar besproken hebben en voor beide partijen voldoende duidelijkheid bevat.

Ontheffing van cao-bepalingen (artikel 5)
Op grond van artikel 5 cao zijn cao-partijen bevoegd ontheffing te verlenen van een of meer bepalingen van de cao wanneer strikte toepassing van deze bepalingen leidt tot onbillijkheden van doorslaggevende aard. Dit geldt specifiek als de overgang van de oude naar de nieuwe cao gedurende de looptijd van de cao tot onbillijke situaties leidt. Ten aanzien van opgebouwde rechten die teniet worden gedaan door bepalingen in de nieuwe cao hebben cao-partijen de bevoegdheid desbetreffende bepalingen niet van toepassing te verklaren. Cao-partijen hanteren procedurevoorschriften ten aanzien van het indienen van een ontheffingsverzoek.

Procedureregeling verzoek om ontheffing van cao-bepalingen (artikel 5 cao)

  1. Het verzoek om ontheffing wordt schriftelijk gemotiveerd en voorzien van een toelichting ingediend bij het secretariaat van de SFA, Postbus 19606, 1000 GP Amsterdam of per mail aan info@sfa-architecten.nl
    1. Als een verzoek wordt gedaan door werkgever, dient dit mede te zijn ondertekend door de betrokken werknemers. Als een of meer van de betrokken werknemers het verzoek niet mede wensen te ondertekenen, dient dit te worden vermeld met opgaaf van redenen.
    2. Als een dergelijk verzoek wordt gedaan door werknemer, dient dit mede te zijn ondertekend door werkgever. Als werkgever dit niet wenst te ondertekenen, wordt dit vermeld met opgaaf van redenen.


  2. SFA is namens cao-partijen bevoegd voorwaarden te verbinden aan een te verlenen ontheffing. Ook is zij bevoegd een ontheffing voor bepaalde tijd te verlenen.


  3. Het verzoek tot ontheffing wordt schriftelijk of per mail ingediend. Cao- partijen toetsen in ieder geval of
    1. de redenen waarom ontheffing wordt aangevraagd voldoende gegrond zijn;
    2. de arbeidsvoorwaarden voor de werknemers voldoende gewaarborgd zijn;
    3. de door de werkgever voorgestelde arbeidsvoorwaardenregeling(en) niet in strijd is (zijn) met wettelijke bepalingen.


  4. Indiener(s) ontvangt (ontvangen) binnen drie dagen een bevestiging van ontvangst door SFA. Indien naar de bevinding van cao-partijen de informatie niet voldoende is om een gefundeerd antwoord te geven op het verzoek tot ontheffing, wordt (worden) indiener(s) door SFA verzocht aanvullende informatie te verstrekken. Die informatie dient binnen tien werkdagen in het bezit te zijn van SFA. SFA doet namens cao-partijen binnen vier weken na ontvangst van het ingediende verzoek tot ontheffing (indien van toepassing na ontvangst van de gevraagde aanvullende informatie) schriftelijk uitspraak over het al dan niet verlenen van ontheffing.
    De schriftelijke bevestiging van de uitspraak wordt gegeven onder vermelding van de overwegingen die tot de uitspraak hebben geleid.

  5. De kosten voor behandeling van het verzoek tot ontheffing komen voor rekening van de SFA.

SFA voert ook het secretariaat van de Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus. De rol en functie van de Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus is opgenomen in bijlage 6.

 

 

Artikel 7 - Duur, wijziging en opzegging van deze caostandaardbepaling

Deze cao is aangegaan voor de periode van 1 maart 2019 tot en met 28 februari 2021.

 

Artikel 8 - Stichting Fonds Architectenbureaus (SFA)standaardbepaling

  1. SFA is een paritaire organisatie, waarin alle partijen bij deze cao zijn vertegenwoordigd. SFA onderneemt activiteiten met als doel architectenbureaus en hun medewerkers zo goed mogelijk te faciliteren en informeren over arbeidsvoorwaarden, -markt en -omstandigheden. SFA voert het secretariaat voor cao-partijen en voor de Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus, nader uitgewerkt in bijlage 6.
  1. Er is een Collectieve Arbeidsovereenkomst inzake Fonds Architectenbureaus. De statuten en het reglement van SFA maken daar integraal deel van uit.
  1. Op grond van de in lid 2 genoemde cao zijn werkgevers die onder de werkingssfeer van deze cao vallen of vrijwillig zijn aangesloten bij Pensioenfonds Architectenbureaus, jaarlijks een bijdrage verschuldigd aan de SFA. De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumentenprijsindex (CPI). Daarnaast wordt de hoogte van de bijdrage jaarlijks vastgesteld door cao-partijen.
  1. Als gevolg van de in lid 3 genoemde bijdrage kunnen alle werkgevers en werknemers in de branche gebruik maken van de diensten van SFA. Drie voorbeelden worden hier in het bijzonder genoemd:
    1. Werknemer en werkgever kunnen individueel of gezamenlijk SFA vragen voorleggen over interpretatie of toepassing van de cao(-bepalingen) of over de uitvoering van de individuele arbeidsovereenkomst waarop de cao van toepassing is.
    2. Werkgever en werknemer kunnen een beroep doen op SFA voor bemiddeling (mediation) indien zij het niet eens kunnen worden over de arbeidsvoorwaarden of de uitleg en/of toepassing van de cao in hun arbeidsrelatie.
    3. Werkgever en werknemer kunnen bij SFA een verzoek indienen tot ontheffing van cao-bepalingen op grond van artikel 5 van deze cao.

 

Artikel 9 - Geschillenregeling

  1. Er is een Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus.
  1. Werkgever en werknemer kunnen de Geschillencommissie inschakelen voor:
    1. het behandelen van een geschil over uitleg of toepassing van de cao;
    2. het behandelen van een beroepszaak in verband met de functie-indeling zoals genoemd in artikel 19 van de cao.
    3. het behandelen van interpretatieverschillen tussen werkgever en werknemer over artikel 16 inzake overwerk tot en vanaf functiegroep J;
    4. bij onduidelijkheid over de situatie en de status van het genoemde in artikel 18 (werknemer- of opdrachtnemerschap) wenen partijen zich tot de geschillencommissie.
  1. De uitspraak van de geschillencommissie heeft de kracht van een bindend advies als werkgever en werknemer daar beiden om verzoeken.
  1. De samenstelling, werkwijze, bevoegdheden en kosten van de Geschillencommissie zijn geregeld in de geschillenregeling die is opgenomen in bijlage 6.

Bijlage 6 - Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus

In artikel 9 biedt de cao werknemer en werkgever de mogelijkheid een geschil over uitleg of toepassing van de cao voor te leggen aan de Geschillencommissie. Ook kan werknemer bij de Geschillencommissie in beroep gaan tegen een besluit van zijn werkgever over de indeling van zijn functie zoals bepaald in artikel 19 cao.

De uitspraak van de Geschillencommissie heeft de kracht van een bindend advies als werkgever en werknemer beiden daarom verzoeken.

De Geschillencommissie hanteert de Geschillenregeling Arbeidszaken Architectenbureaus.

 

Geschillenregeling Arbeidszaken Architectenbureaus

Artikel 1
Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus

  1. De Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus (verder te noemen de Geschillencommissie) bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangende leden:
    1. Eén lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door de gezamenlijke werknemersorganisaties die partij zijn bij de cao, te weten: FNV Bouwen en Wonen, CNV Vakmensen en De Unie;
    2. Eén lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door de werkgeversorganisatie BNA, partij bij de cao;
    3. Eén lid en diens plaatsvervanger, tevens voorzitter respectievelijk plaatsvervangend voorzitter, worden benoemd door de werknemers- en werkgeversorganisaties gezamenlijk;
    4. De (plaatsvervangende) leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar en zijn na het verstrijken van deze periode nog eenmaal voor eenzelfde periode benoembaar;
    5. Een (tussentijdse) vacature wordt binnen twee maanden vervuld door de organisatie(s) die het vertrekkende (plaatsvervangende) lid had(den) benoemd;
    6. Als een lid van de Geschillencommissie rechtstreeks bij een te behandelen geschil is betrokken, neemt hij niet deel aan de behandeling van het geschil. In zijn plaats treedt dan zijn vervanger op.
  1. De leden van de Geschillencommissie betrachten absolute geheimhouding over personen en vertrouwelijk ter beschikking gestelde gegevens.
  1. Het secretariaat en het penningmeesterschap van de Geschillencommissie worden gevoerd door Stichting Fonds Architectenbureaus (SFA), Jollemanhof 14, 1019GW, Postbus 19606, 1000 GP Amsterdam. www.sfa-architechten.nl.

 

Artikel 2
Geschillen

  1. Als een werkgever of een werknemer van mening is dat zich een geschil voordoet over de uitleg of toepassing van de cao, kan hij dit geschil voorleggen aan de Geschillencommissie.
  1. Als een werknemer zich niet kan verenigen met de door de werkgever conform artikel 19 cao vastgestelde functie-indeling, bestaat de mogelijkheid van beroep tegen de functie-indeling bij de Geschillencommissie, zoals omschreven in artikel 9 cao.
  1. Als werkgever en/of werknemer overwerk anders interpreteren dan is geformuleerd in artikel 16 inzake overwerk tot en vanaf functiegroep J.
  1. Bij onduidelijkheid over de situatie en de status van het genoemde in artikel 18 lid 3 van de cao (werknemer- of opdrachtnemerschap) wenden belanghebbenden, in deze situatie opdrachtgever en/of opdrachtnemer zich tot de geschillencommissie.
  1. Artikel 3 (bindend advies), artikel 4 (duur procedure), artikel 5 (behandeling van geschillen over uitleg of toepassing van de cao) en artikel 7 lid 1 (over de mogelijkheid om naar de rechter te gaan na afloop van de behandeling) van deze bijlage worden van overeenkomstige toepassing verklaard op de situatie zoals opgenomen in artikel 2 lid 4 van deze bijlage.            

 

Artikel 3
Bindend advies

  1. De uitspraak van de Geschillencommissie heeft alleen dan de kracht van een bindend advies als beide partijen in het geschil daarom verzoeken.
  1. Vóór de behandeling van een geschil of beroepszaak stelt de Geschillencommissie vast of partijen zijn overeengekomen de uitspraak van de Geschillencommissie bij wijze van bindend advies op te volgen.

 

Artikel 4
Duur procedure

De Geschillencommissie ziet er op toe dat de behandeling van het geschil of beroep als omschreven in artikel 5 en 6 niet meer dan acht weken in beslag neemt. De Geschillencommissie zal partijen tijdig op de hoogte stellen indien de procedure meer tijd in beslag gaat nemen

 

Artikel 5
Behandeling van geschillen over uitleg of toepassing van de cao

  1.  Aanhangig maken van een geschil
    1. Geschillen kunnen aanhangig worden gemaakt zowel door een individuele werkgever en/of werknemer als door een namens hem optredende werknemers- en/ of werkgeversorganisatie, partij bij deze cao.
    2. Een verzoek tot behandeling van een geschil wordt aanhangig gemaakt door toezending van een met redenen omkleed verzoekschrift aan het secretariaat van de Geschillencommissie.
    3. De partij die het geschil aanhangig maakt, stelt de andere partij daarvan onverwijld schriftelijk op de hoogte onder bijvoeging van een afschrift van het verzoek.
    4. Als de wederpartij een verzoek tot verweerschrift van het secretariaat van de Geschillencommissie ontvangt, dient de wederpartij uiterlijk binnen drie weken na dagtekening van dit verzoek een met redenen omkleed verweerschrift bij het secretariaat in te dienen.
    5. Een afschrift van het verweerschrift dient door de wederpartij te worden gezonden aan de partij die het geschil aanhangig heeft gemaakt.
    6. Het secretariaat van de Geschillencommissie kan - als dit voor de behandeling van het geschil wenselijk wordt geacht - partijen opdragen nadere stukken in te dienen binnen een te stellen termijn en eventueel op een voorgeschreven wijze.
  1. Wijze van behandeling
    1. De Geschillencommissie kan de behandeling van het geschil zowel schriftelijk als mondeling afdoen. Wordt volstaan met een schriftelijke behandeling dan staat de Geschillencommissie partijen een schriftelijke procedure van repliek en dupliek toe.
    2. Bij de behandeling van het geschil door de Geschillencommissie kunnen partijen zich voor eigen rekening laten bijstaan door een raadsman.
  1. Mondelinge behandeling
    1. De mondelinge behandeling van het geschil vindt in het algemeen plaats binnen zes weken na indiening van het verzoekschrift. Partijen worden ten minste twee weken van tevoren schriftelijk uitgenodigd.
    2. De behandeling van het geschil gebeurt niet in het openbaar.
    3. Tijdens de behandeling worden partijen in elkaars aanwezigheid gehoord.
    4. De Geschillencommissie kan op verzoek van partijen toestaan dat getuigen en/of deskundigen de behandeling of een gedeelte daarvan bijwonen. De Geschillencommissie hoort degene die hij nuttig acht te horen.
  1. Beraadslaging

    De beraadslaging van de Geschillencommissie gebeurt in een voltallige vergadering, die niet openbaar is. De inhoud van deze beraadslaging is geheim. De Geschillencommissie neemt een beslissing bij gewone meerderheid van stemmen. De stemming gebeurt mondeling, de leden mogen zich niet van stemming onthouden..

  1. Uitspraak

    De uitspraak van de Geschillencommissie wordt met redenen omkleed zo spoedig mogelijk - uiterlijk binnen twee weken - na de beraadslagingen per aangetekende brief aan partijen verzonden. Daarbij wordt tevens de termijn vermeld waarbinnen de uitspraak moet zijn nageleefd en welke bevoegdheid cao-partijen hebben om adviezen te geven.

  1. Kosten behandeling

    De kosten voor de behandeling van het geschil komen ten laste van de SFA, tenzij de Geschillencommissie bepaalt dat de kosten worden doorberekend aan partijen.

 

Artikel 6
Behandeling beroepszaken over de functie-indeling

  1. Instellen van beroep
    1. De werknemer kan bij de Geschillencommissie in beroep gaan tegen het besluit van zijn werkgever over de indeling van zijn functie zoals bepaald in artikel 19 van de cao.
    2. Een dergelijk beroep is alleen ontvankelijk als
      - tussen werkgever en werknemer overeenstemming bestaat over de functie-inhoud,
      - een door werkgever en werknemer ondertekend Formulier Functieprofiel (zie Handboek Functie-indeling Architectenbureaus) beschikbaar is,
      - de werknemer kan aantonen, dat middels een interne procedure reeds grondig is geprobeerd om een oplossing voor de kwestie te vinden.
    3. Het beroep dient schriftelijk en met redenen omkleed binnen twee maanden aanhangig te worden gemaakt na ontvangst van het besluit van werkgever zoals genoemd in artikel 19 cao.
    4. De Geschillencommissie zal aan de werkgever om een schriftelijke reactie op het beroepschrift vragen. De inzendingstermijn voor deze reactie, die schriftelijk, met redenen omkleed en voorzien van alle onderliggende stukken dient te zijn, wordt door de commissie bepaald.

      De reactie van de werkgever zal ten minste bevatten:
      - een organisatieschema;
      - een overzicht van de relevante overige functies en hun indeling;
      - het betreffende functiedocument en de bijbehorende stukken uit de interne procedure.
  1. Wijze van behandeling
    1. De Geschillencommissie handelt het beroep schriftelijk af op basis van de onderliggende stukken.
    2. Komt de Geschillencommissie op basis van de onderliggende stukken vooralsnog nog niet tot een beslissing, vanwege het ontbreken van voldoende relevante informatie dan wel omdat naar haar oordeel nader onderzoek door een deskundige is vereist, dan zal zij partijen hiervan op de hoogte stellen. Het is aan partijen om te besluiten op welke wijze zij de aanvullende informatie zullen verstrekken.
  1. Uitspraak
    1. Als de uitspraak inhoudt, dat de indeling van de betreffende functie anders luidt dan de indeling door de werkgever, dan dient de ingangsdatum in het besluit te zijn opgenomen. Beslissingen, die tot gevolg hebben dat de werknemer aanspraak kan maken op een hoger salaris, werken terug tot de datum waarop de werknemer de interne procedure heeft aangespannen.
    2. Tegen de beslissing van de Geschillencommissie is geen hoger beroep mogelijk.
  1. De kosten voor behandeling van het beroep komen voor rekening van de SFA, tenzij de Geschillencommissie bepaalt dat de kosten worden doorberekend aan partijen.

 

Artikel 7
Overige bepalingen

  1. Na afloop van de behandeling van het geschil of de beroepsprocedure kunnen partijen alsnog naar de rechter gaan.
  2. De Geschillencommissie doet na ieder kalenderjaar verslag van de werkzaamheden van de commissie in het jaarverslag van de SFA.

Protocollen - Protocollen

  1. Functiehandboek
    In 2019 wordt het functiehandboek herzien en vernieuwd. Daarin ook ruimte voor rollen en taken met  aansluiting op de veranderende arbeidsmarkt met behoud van de meetbaarheid van functies in relatie tot de loonschalen.

  2. Reparatie derde WW-jaar
    In het eerste half jaar van 2019 wordt een enquête gehouden onder alle bij het pensioenfonds voor architectenbureaus ingeschreven werknemers in de branche. Hun mening wordt gevraagd over de wenselijkheid van een reparatie van het derde WW-jaar en de Wet Gedeeltelijke Arbeidsgeschiktheid (WGA). Die mogelijkheid bestaat, de vraag zal zijn of daar bij werknemers voldoende behoefte aan bestaat. Als een meerderheid van de werknemers voor is, zal het vervolgens zo spoedig mogelijk worden ingevoerd.

  3. Duurzame inzetbaarheid
    Cao-partijen willen een betere balans tussen privé en werk(druk). Welke factoren spelen daarin een belangrijke rol. Dat betreft oorzaak en oplossing. Die verkenning wordt als vervolg op het project Warmlopen voor de toekomst gestart.
    Ook wordt  onderzocht of een digitaal loket met informatie en instrumenten ter inspiratie en invulling van duurzame inzetbaarheidselementen (financieel) haalbaar en nuttig is voor de architectenbranche.