CAO

Artikel 32

  1. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer om de vakkennis, vitaliteit en persoonlijke ontwikkeling van werknemer in relatie tot zijn functie, loopbaanontwikkeling en duurzame inzetbaarheid op peil te houden. Werknemer zelf is in de eerste plaats verantwoordelijk voor het op peil houden van zijn werkzekerheid. Werkgever faciliteert hem daarbij naar beste kunnen.
  1. Zowel werkgever als werknemer kunnen het initiatief nemen tot het volgen van een opleiding of studie voor en door werknemer.
  1. Werknemer die – in overleg met werkgever – een op zijn functie gerichte scholing gaat volgen, ontvangt daar een opleidingsbudget voor, een vergoeding in tijd en/of geld zoals uitgewerkt in bijlage 2 van deze cao.
  1. Het opleidingsbudget dat werkgever beschikbaar stelt voor zijn werknemers moet in redelijkheid kunnen voorzien in de beoogde opleiding en ontwikkeling van zijn werknemers ten behoeve van de functie-uitoefening of doorgroei in het architectenbureau. Het bedraagt – voor werknemers gezamenlijk te besteden – minimaal 1% van de totale bedrijfskosten.
  1. De medezeggenschap krijgt eenmaal per jaar een overzicht van de omvang en besteding van het in lid 4 genoemde opleidingsbudget.
  1. Vakkennis en functie
    1. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer om vakkennis en betrokkenheid op peil te houden.
    2. Werknemer – voor zover architect – is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om jaarlijks het vastgestelde aantal PBO punten te halen.
    3. Werkgever en werknemer kunnen initiatief nemen tot het volgen van een opleiding of studie voor en door werknemers.
  1. Uren voor persoonlijke ontwikkeling
    1. Werknemer heeft een ontwikkelbudget in uren – of in overleg met werkgever het equivalent daarvan in geld – dat hij naar eigen keuze kan besteden ten behoeve van zijn beroepsmatige en/of persoonlijke ontwikkeling.
    2. Op basis van een 40-urige werkweek zijn dat 35 uur per kalenderjaar. De uitwerking hiervan is opgenomen in bijlage 2.
    3. De uren worden in principe besteed in het kalenderjaar van uitgifte.
  1. Met reden niet bestede en als zodanig vastgelegde uren blijven maximaal vijf jaar beschikbaar. Bij einde dienstverband vervallen de niet-bestede uren.