Opbouw vakantie-uren

Het aantal vakantie-uren is opgebouwd uit wettelijke uren en bovenwettelijke uren.
Wettelijke uren zijn vier maal het aantal uur dat afgesproken is in de arbeidsovereenkomst.
Voorbeeld: U werkt 40 uur per week, dan heeft u 4 x 40 uur = 160 uur wettelijke vakantie-uren.

De bovenwettelijke uren zijn de extra uren die daarbij komen, afgesproken door sociale partners en de eventuele extra uren die u krijgt op basis van leeftijd.
In de cao (artikel 25, cao 2015-2017) staat dat u recht heeft op 240 vakantie-uren per jaar (bij een 40-urige werkweek). 
Dat zijn dus 160 wettelijke uren en 80 bovenwettelijke uren.

Het vakantiejaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
De wettelijke vakantie-uren vervallen na 1,5 jaar, dus per 1 juli van het volgende jaar.
Voorbeeld: wettelijke vakantie-uren van 2016 vervallen op 1 juli 2017.

Bovenwettelijke vakantie-uren vervallen na 5 jaar.
Voorbeeld: bovenwettelijke vakantie-uren van 2016 vervallen op 1 januari 2022.

Voor deeltijdwerkers is de opbouw naar rato.
 

Volgorde van opname:

  • Heeft u nog wettelijke uren over van het voorafgaande jaar dan neemt u die in het nieuwe jaar eerst op.
  • Heeft u nog bovenwettelijke uren van vier jaar geleden, dan neemt u die daarna op.
  • Dan neemt u de wettelijke uren van het lopende jaar op, en dan de bovenwettelijke uren.