De bureau-intermediair is nieuw. De BNA en de vakbonden hebben gezocht naar een natuurlijke manier om het gesprek tussen werkgever en medewerkers over personeels- en bureaubeleid op gang te brengen en actief te houden en waar nodig van structuur te voorzien. Is dat nodig, is dan wellicht de eerste vraag die opkomt. Om die vraag te beantwoorden eerst wat meer informatie over de volwaardige arbeidsverhouding. Met deze op het eerste gezicht wat zware term wordt niet meer of minder bedoeld dan dat cao-partijen hechten aan een verdere professionalisering van de architectenbranche. Om de concurrentie met andere partijen in de branche aan te kunnen, is zo hoog mogelijk kennisniveau en vakbekwaamheid nodig. Dus afspraken over scholing en opleiding, ruimte voor werkgever en werknemers om flexibel om te kunnen gaan met arbeidsduur en werktijden, goede functioneringsgesprekken en zo mogelijk beoordelingsgesprekken en aandacht en middelen voor de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. De volwaardige arbeidsverhouding gaat over flexibiliteit aan de ene kant en betekenisvol overleg met werknemers aan de andere kant, medezeggenschap in cao-jargon. In gewone taal houdt dat in dat werkgever en werknemers samen werken aan professionalisering met oog voor individuele wensen en behoeften en de ruimte krijgen om prestaties op hun waarde te kunnen belonen en vooral met elkaar in gesprek komen en blijven.
Het is te vrijblijvend om te volstaan met de mededeling ‘dat er medezeggenschap moet komen’. Vooral bij de bureaus tot 10 – 15 medewerkers waar het personeelsbeleid informeler is geregeld dan bij grotere bureaus. Daarom is gekozen voor de rol van bureau-intermediair, die wordt vervuld door een werknemer die betrokken is bij personeelsbeleid, bij het reilen en zeilen van het bureau en dat ook leuk vindt. Hij kan zonder ingewikkelde regels gekozen worden uit en door het voltallige personeel en als intermediair fungeren tussen zijn collega’s en de werkgever.
Daarmee komen we terug op de vraag of ‘dat nodig is?’ Ja dat is nodig, in ieder geval is het gewenst als er op een bureau op genoemde terreinen niets is geregeld. De cao biedt namelijk de mogelijkheid om keuzebepalingen toe te passen. Keuzebepalingen die het mogelijk maken om flexibeler te belonen als ook flexibele arbeidsduur en werktijden in te voeren. Om een keuzebepaling toepasbaar te maken is vereist dat er medezeggenschap is op een bureau. Die medezeggenschap is in zijn vorm afhankelijk van de bureaugrootte. Informeel tot 10-15 medewerkers, personeelsvergadering genaamd, formeler bij een bureaugrootte tot 50 medewerkers, personeelsvertegenwoordiging genaamd en formeel bij bureaus groter dan 50 medewerkers, dan is er een ondernemingsraad. In de cao is het wat strakker geformuleerd maar cao-partijen kennen de branche en weten dat personeelsbestand fluctueert en dat een volgende stap in de organisatiegraad geen prioriteit heeft. Om een vloeiende overgang mogelijk te maken, kan een bureau tot 15 medewerkers daarom ook nog volstaan met de personeelsvergadering. Deze is dan wel iets minder vormvrij dan de personeelsvergadering op bureaus tot 10 medewerkers omdat de Wet op de ondernemingsraden hiervoor regels geeft.
De cao komt tot stand na akkoord tussen werkgevers- en werknemersvertegenwoordigingen. Geven en nemen. In dit geval hebben partijen zich gevonden in het streven de branche verder te professionaliseren. De volwaardige arbeidsverhouding is daarbij in de ogen van cao-partijen een onmisbaar onderdeel en dat betekent dat werkgever en werknemers op bureauniveau die uitdaging samen moeten oppakken. De cao is in deze zin een groeimodel. Als die samenwerking goed verloopt, ontstaan steeds meer mogelijkheden om op bureauniveau onderwerpen van personeelsbeleid en arbeidsvoorwaarden zelf vorm en inhoud te geven binnen de kaders van de cao. In deze cao-periode ligt de nadruk op het organiseren van die samenspraak. Als dat eenmaal een feit is, wordt meer ruimte geboden. Vanuit dat oogpunt is het van belang dat de medezeggenschap van de grond komt. Opleggen werkt meestal niet, een mogelijkheid aanreiken waardoor dat gesprek op natuurlijke wijze ontstaat en zich ontwikkelt helpt wel volgens cao-partijen. En daarom wordt de rol van bureau-intermediair geïntroduceerd. Geen gedoe, geen vormvereisten, gewoon aan de slag.
In het najaar 2011 zijn basisworkshops en voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd door de Stichting Fonds Architectenbureaus, SFA. Bedoeld om vertrouwd te raken met het fenomeen bureau-intermediair en in het verlengde daarvan meer informatie over medezeggenschap en flexibiliteit. In 2012 komt hierop een vervolg.
